|
Maandag 23 april Het is alweer even geleden dat jullie een e-mail van ons kregen. Inmiddels zijn we in Thailand beland. Thailand is in twee woorden samen te vatten: vriendelijkheid en respect. Toen we in Thailand aankwamen, begon de chaos al gelijk goed. De bus die ons naar het hotel zou brengen was kapot en dus moesten we voor een taxi gaan onderhandelen. De rit naar het hotel was vergelijkbaar met een surrealistische nachtmerrie uit een road-movie. Midden in de nacht vlogen we met meer dan 100 km per uur door de onverlichte en drukke straten van Bangkok. Het Trang-hotel (voor wie ooit in Bangkok is geweest een bekend fenomeen) beviel ons goed ondanks het erg Hollands aandeed. Er kwamen en vertrokken dagelijks vele groepen NBBS-ers die een campingsfeertje uitstraalden van: was hebben we het hier gezellig! Uiteraard begonnen we met de dingen die alle toeristen die voor het eerst in Thailand zijn, doen. We bezochten onder andere het koninklijk paleis (meer goud dan Bea en een dagelijks een eigen televisieprogramma) en verschillende tempels. Daar zagen wij allerlei soorten boedha's, zoals zittende staande, liggende, lelijke, mooie, grote, kleine, gouden, bronze en groene boedha's. Het boedhisme straalt een sfeer van respect uit die we in de gehele Thaise samenleving terugvinden. Wij waren in de gelukkige omstandigheid het Thaise nieuwjaar mee te vieren. Drie dagen lang werden we overgoten met water en werd ons gezicht ingesmeerd met een wit poeder door ongeveer alle inwoners van Bangkok. Opvallend is dat dit gepaard gaat met veel respect, nieuwsgierigheid en lol omdat wij als toeristen hun grote feest meevieren. Uiteraard doen toeristen die voor het eerst in Thailand zijn nog meer. Zo reisden we af met een James Bond-boot naar de Birma-spoorlijn en dan zien we voor de eerste keer de brug over de River Kwai. Raar als je je bedenkt dat tijdens het bouwen van het spoor en de brug er zoveel duizenden doden (waaronder ook bijna 4000 Nederlanders) zijn gevallen. Uiteraard aten we bij een floatel, deden we boodschappen op een drijvende markt, dronken we kokosmelk op een coconut-farm en kochten we bijna een teakhouten tuinstel. Het olifanten rijden, krokodillen worstelen, wurgslang om je nek hangen en aapjes voeren lieten we over aan de NBBS-ers. Wij reisden af naar het zuiden en bezochten naast een aantal vaag tot zeer vage wegrestaurants met nog vagere gerechten, Hua Hin, en Bang Saphan. Onderweg in de bus werden we verrast met koffie en een blijde doos, gevuld met donuts, koekies en andere zooi die je absoluut niet nodig hebt. Onze tocht naar het zuiden eindigt vooralsnog in Phuket, waar wij de prachtige stranden van Patong verkennen. De verwachting was om daar negentig procent sextoeristen en tien procent anderen aan te treffen, maar gelukkig bleek de verhouding 85% anderen, 10% sextoeristen en 5% kakkerlakken. Met deze laatste 5% deelden wij onze bungalow in het Patong Pearl Resort. Na een paar dagen op het strand liggen en bier drinken, of was het nu juist andersom, we weten het eigenlijk niet meer, besloten we af te reizen richting Maleisië. Deze dappere helden zijn van plan ook dit per bus te doen. Tenslotte zijn alle busmaatschappijen, net zoals alle bedrijven in geheel Thailand, ISO 9002 gecertificeerd! Onze ervaring was al dat bussen erg Thais zijn en er op de busstations alleen maar Thais wordt gesproken. Gelukkig stond alles uitsluitend in het Thais aangegeven zodat wij al snel een bus vonden naar de verkeerde kant. Dit deed ons om 2.30 uur s'nachts op het busstation in Hat Yai belanden. Na een uitgebreide verkenning van het nachtleven aldaar, besloten wij om 2.35 uur toch maar door te reizen naar Maleisië. Iedereen, de vage mannetjes en andere aanwezigen, wisten te vertellen dat er om 4.00 uur een bus zou gaan, ondanks dat deze nergens stond aangegeven. Om 4.00 uur ging er geen bus. Netzomin als om 5.00 uur of 6.00 uur. Opeens paniek op het busstation: de bus bleek al om 2.00 uur gegaan te zijn. Echter geen nood, we worden met twee vrouwen en twee peuters meegenomen in een tuk-tuk die ons naar het treinstation gaat brengen. Ook hieruit blijkt weer de hulpvaardigheid van de Thai. Om 6.45 uur gaat er een trein naar Sungai Kolok (Thaise grensplaats). In deze trein, uitsluitend derde klasse met lekkere comfortabele houten banken worden we getrakteerd op ontbijt van gefrituurde kippepoten en vage "verse" vruchten. Na drie houten konten en vier uur verder zijn we dan eindelijk in Sungai Kolok. Nu alleen nog maar naar de grens. Gelukkig krijgen we voor 20 Bath (fl 1,20) een lift aangeboden. Beiden achterop een motorfiets met rugzak op en natuurlijk zonder helm scheuren we het Maleisische avontuur tegemoet! Of we dit ook overleven lezen jullie de volgende keer. Lees verder naar zondag 29 april. Terug naar de homepage van de Wereldreizigersclub. © Alle teksten en foto's copyright Ronald en Miranda 2001. |