Zondag 29 april

Hallo Nederland,

Allereerst gefeliciteerd met onze koningin! In ons laatste bericht zaten we achterop een motor op weg naar de Maleisische grens. Bij de grenspost werden we bijna vanaf de motor over de grens gelanceerd. Toch maar even de papierwinkel in orde maken en op zoek naar vervoer dat ons naar Kota Bahru of de Perhentian eilanden kan brengen. We maken direct kennis met de Maleisische cultuur. De mensen zijn hier minder vriendelijk dan in Thailand. Er moet stevig onderhandeld worden en zelf als de deal gesloten is, proberen ze er nog onderuit te komen. Wat dat betreft doet de cultuur Ronald erg denken aan zijn ervaringen in het Midden-Oosten. Onze eerste cultuuraanvaring hadden we al direct over de grens. We worden belaagd door taxichauffeurs die ons zogenaamd voor de meest gunstige prijs willen wegbrengen. Uiteindelijk besluiten we eerst naar Kota Bahru te gaan om daar een aantal zaken te regelen en vanaf daar verder te kijken. Het is echter vrijdag en in Kota Bahru, bekend als moslimbolwerk, is werkelijk alles gesloten. We besluiten dan maar door te reizen naar Kuala Besut om vanaf daar een boot richting de Perhentian eilanden te nemen. De Perhentian eilanden liggen 21 km uit de kust van Maleisië en je moet er echt zijn geweest! Ze bestaan uit twee eilanden, een grote en een kleine. Op de eilanden hangt een soort hippie-achtige cultuur, maar de laatste jaren is het voor steeds meer yuppen the place to be. Met name het kleine eiland is erg populair vanwege de ongerepte natuur en de back-to-basic living. In Kuala Besut aangekomen besluiten we naar het kleine eiland te gaan en proberen we vervoer en overnachtingen te regelen. We kiezen voor de slowboat, nog niet wetende dat het een minimaal honderd jaar oude, tigstehands vissersboot is. Als we eenmaal op de boot zitten, wordt er in de stuurhut ijverig geklust. Eerlijk gezegd ziet het er niet gerustellend uit. Als het motorluik dan ook nog open gaat, is het duidelijk: foute boel! Na een uur gaat de boot dan toch nog varen. Nog geen tien meter van de wal horen we een enorme bonk. De motor slaat uit en een man springt overboord om onder de boot te gaan kijken. De boot drijft ondertussen stuurloos rond. Er komt een andere boot te hulp. Na wat heen en weer geschreeuw moeten we met al onze bagage op de andere boot overstappen. Dan varen we eindelijk richting het eiland. Na al onze moeite (we zijn al 2 1/2 uur bezig) mag het eiland ook wel mooi zijn! Vanuit de verte zien we al met grote letters Ragiwali staan (onze overnachtingsplaats). We stappen uit op de net aangelegde steiger (uit 2000), weliswaar van schroothout, maar toch. Dus niet meer vanaf de boot door het water het strand op lopen. Zo komen we na 25 uur reizen aan op de Perhentians! Onze geaircode cabin doet ons erg geciviliseerd aan. Toch hangt er nog steeds een hippie-achtig, vredig sfeertje. Iedereen hangt wat rond en kletst, want er is niets te doen, behalve genieten van de mooie natuur. Na twee dagen niets doen besluiten we weer verder te gaan naar Kuala Lumpur. Met de vroege fast-boast (een opgevoerde speedboot waar je met 16 man in zit) gaan we terug richting vasteland. Tijdens een lange tocht van veel onderhandelen, taxi's, servicebusjes, microbusjes en minibusjes, weten we uiteindelijk met vier Noren een minivan te charteren richting Kuala Lumpur. De tocht brengt ons dwars door het oerwoud van Maleisië en is in meerdere opzichten avontuurlijk. Enerzijds vanwege de wilde dieren die rustig over de weg heen lopen, anderzijds vanwege de kokende motor en de lekke band die we onderweg krijgen. In Kuala Lumpur aangekomen zijn we onder de indruk van het moderne karakter van de stad, waar de invloeden van de Azië-crisis goed te zien zijn. Veel wolkenkrabbers staan er half afgebouwd bij en veel winkelcentra zijn voor driekwart leeg. Uiteraard bezoeken we de Petronas Towers. Op de luchtbrug waar Sean Connery en Catherina Zeta Jones probeerden weg te vluchten voor Maleisische veiligheidstroepen (uit de film Entrapment) maken wij prachtige foto's van de stad. Ook in Kuala Lumpur barst het weer van de marktjes met zooi, zooi en nog eens zooi. We merken dat backpackers onder elkaar een klein wereldje vormen. In het hotel komen we dezelfde Engelsen tegen als op de boot naar de Perhentian eilanden. Vanuit Kuala Lumpur maken we een uitstapje naar Melaka, waar we onder andere het Nederlandse stadhuys, de Nederlandse molen, de Nederlandse kerken en een Nederlands kerkhof bezoeken. Wel grappig dat je op zo'n verre bestemming zoveel Nederlandse cultuur terugvindt. De laatste bestemming in Azië is voor ons Singapore. De rit vanuit Kuala Lumpur besluiten we per trein te maken. Singapore is in alle opzichten heel westers. Het is echter niet zo schoon als we hadden verwacht, maar voor een Aziatische stad is Singapore het paradijs op aarde. In Singapore kun je met name winkelen, verder is er weinig te beleven. Ronald, die inmiddels alle Aziatische bacterieën heeft opgespaard, besluit eens goed ziek te worden. Naast het feit dat het voedsel er aan alle kanten uitkomt, heeft hij ook nog last van een keel- en voorhoofdsholte-onsteking. We hopen maar dat hij weer beter is voordat we naar Sydney afreizen.

Groetjes,
Miranda (en vanuit bed ook Ronald)

Lees verder naar woensdag 9 mei.

Terug naar de homepage van de Wereldreizigersclub.

© Alle teksten en foto's copyright Ronald en Miranda 2001.