|
Dinsdag 3 juli: Bali en duizend sterren Lieve kinderen, mensen van allerlei slag, bejaarden, hoogzwangeren, ijskreemventers, Gentenaars, Antwerpse sujetten, Brusselvlaamsen, Fransen, Wallonen, Teutonen en Monegasken, na een stilte van om en bij de twee weken, van etmalen en eetmalen, terug aan de e-mail, de goedkope welteverstaan van nog geen 2400 rs per uur, zijnde evenwaardig aan ongeveer 12 Bef per zestig minuten…Waar gaan we dat schrijven? Enfin, kids in space, Bali en wat hier zoal te doen valt, te zien, en te beleven. Laten we bij het begin beginnen, niet het verhaal van de mensheid, maar dat van ons prille Bali-bestaan, want me dunkt dat jullie nog niet-en-nuldebotten gekregen hebben. Goed, beginnen in een luchthaven, met een boeiend vliegtuig vanuit Kuala Lumpur (wat een luchthaven, deed ons een beetje aan Zaventem denken, maar dan iets mooier, met schuunder menschen. Sorry Zaventem personeel) naar DNP. Denpasar International liep ommes (zoals Sas het steeds in Mechels-Turnhouts pleegt te verwoorden) vol toeristen, resort-Australiërs die in Kuta gaan surfen en achter de Balinese schoonheden gaan lopen, Nederlanders die hun koloniaal verleden willen komen opsnuiven, en Belgen zoals u en ik die de globe rondtrekken en toevallig op een eiland als Bali terechtkomen. Het begon alvast heel goed, met taxisjacheraars die ons een rit van 150.000 roepias wilden aansmeren. Het bedrag deed onze oren suizen en onze ogen uit hun kassen draaien, want na Maleisië en bedragen van 3 ringgit klonk dat onwaarschijnlijk veel. Met de bemo dan maar, lokaal vervoer en pakken voordeliger. Stel je voor: alle ogen op ons gericht, bepakt en beladen, met twee overvolle rugzakken in een Vanette, tussen een stuk of wat Balinezen. Hey, maar geen kwa ad woord over die mensen, want ze maakten plaats waar geen plaats was. Zodanig zelf dat de kaartjesknipper, of hoe heet die man op sandalen nu ook alweer, half buiten het voertuig hing. Mooi was dat. Alla, in de bus, en we konden haast niet geloven hoe goedkoop Indonesië is. Bali mag dan al duurder wezen, maar toch komen we hier aardig rond met ons supergecalculeerd dagbudget. Wat we spendeerden in Maleisië blijkt exuberant-decadent als we het vergelijken met wat we hier opdoen. Financieel gemekker, heet zoiets in boekhouderstermen. Nee, lieve lui, we gaan jullie niet om de oren slaan met eentjes en tweetjes, maar toch willen we jullie dit mee geven: noedelsoep voor 11 frank. Lap, daar zal je het hebben. Nasi Goreng voor 20 frank. Vlam, weer fret voor geen geld, en als klap op de vuurpijl een all you can eat and drink buffet voor 110 centen. Echt al wat je kunt opvreten. Dat gaat van nasi, naar groente, naar ijs, cola (echte, geen bruine prik die naar anijs met koffie smaakt), prik, thee, koffie (ook echte, geen ABC-kopi waarvan het gruis tussen onze tanden blijft zitten), naar pudding, kip met stukjes, naar champignonsoep met lekkere croutons, etc. etc. Dat zal voor de volgende keer wezen, want in een land als dit (waar de mensen de eerste prijs krijgen voor vriendelijkheid) kunnen we makkelijk een paar maanden toeven. Zonder ons te vervelen. Ubud, met Legong-dances, Kecakfiredance, en tempelfeesten die tot stukken in de nacht duren. Een stop voor heel wat toeristen. Sommigen halen het zelfs in hun hoofd 140 dollar te betalen voor hun hotelkamer. Miljaar, dar leven wij weken van. En nu, welaan dan, weer in DNP, voor het vollemaanfeest dat hier overmorgen losbarst (op volle maan, tja, ze zullen het nooit leren) en wat praktische zaken. Tickets halen in Sanur, resortbadplaats nummer elf, post, mailvragen beantwoorden (wordt dra gedaan, als we tijd hebben), all you can eat-eten, en van ‘s gelijke. En over vier dagen: Nieuw Zeeland. Het lijkt een beetje ver weg, en moeilijk te vatten, maar dan staan we op skilatten. Zomer in België, winter in Nieuw Zeeland. Het is een beetje een vreemde wereld. Azië, of het zuidoosten ervan, zit erop, na zeven maanden. Ik weet nu al dat we het zullen missen. Skieën wordt ongetwijfeld een van de belevenissen, en het van-koop-Aussie-doorkruisengedoe achteraf ook, maar Azië heeft toch een zeker ik-weet-niet-wat gevoel… Even Sas aan het woord: Beste mensen, Sven heeft alles eigenlijk al verteld. Bali is inderdaad prachtig en mooi. We hebben een mooie tijd en het gaat ons goed samen. We lachen veel, en halen als kinderen kattekwaad uit. Gisteren zijn we met twee op een brommer gekropen; ik achterop met vier grote, zware zakken in de hand en Sven met een grote zak in de mond want hij zat aan het stuur. Totaal onverantwoord maar zo vielen we minder op tussen de Indonesiërs die kilo's met de brommer verslepen. Onze conversaties zijn ook best grappig: "Pas op Sven een bocht. Pas op Sven, rijd trager. Pas op, Sven seffes een aap voor de wielen." No joke…. en hij van onder de helm: "Jaja, maar de kilometerteller blijft 60 per uur aangeven." Nee, het zijn nu al mooie en historische momenten en de enige smet op heel onze Bali-periode is enkel Svens vergeetachtigheid. Soms denk ik echt dat een of andere mier zijn brein opvreet. Goed. Sven terug. Zo, kijkbuisnozems, het ga jullie verder uitstekend, dan doen wij er een schepje bovenop. Meteen naar het alwatwekunneneten-buffet, en dan huppakee onder de wol. Lees verder voor de fotoreportage Terug naar de homepage van de Wereldreizigersclub. © Alle teksten en foto's copyright Saskia en Sven 2000-2001. |