|
Woensdag 4 april: Spelende kinderen naast een verbrand lijk (deel I) Namaskar, iedereen daar, in de verte waar de lente al een paar dagen haar zachte armen om jullie sluit en depressieregengedachten doet verdampen, het ga jullie goed, uitstekend en meer van dat. Waar waren we gebleven? Euh... (we weten het zelf haast niet meer...) In Jaipur, juist ja, de hoofdstad van Rajastan, de roze parel zoals velen de stad noemen. Roze, misschien wel, maar dan wel een parel waar al heel wat krassen en monoxidevlekken in werden gekerfd. Jaipur was na Pushkar toch wel een beetje een teleurstelling. Het ging van een rustig, laid back sfeertje, naar de hel van kamikazeverkeer en uitlaatgassen, naar lawaai en opdringerige fietsriksjas, naar overbevolkte steegjes en een ondraaglijke hitte. Het enige positieve was ons guesthouse, het Diggi Palace, een oud paleis dat omgebouwd werd tot trekkerslodge. Mooi zo. Als toeristische attractie kon het City Palace wel door de beugel, maar dat kwam waarschijnlijk door de hoge trivialiteitsgraad (Koning Albert die daar de Maharadja de daver op het lijf jaagde, twee gigantische zilveren ketels die gebruikt werden om Gangeswater in te vervoeren, als badwater voor de 250 kilo zware koning, wat schone kleren, etc.) en de rust die in het paleis hing. Wat verder lag het enorme observatorium (met de grootste zonnewijzer in India) op onze komst te wachten, en daarna was het exit Jaipur. Met een paar semi-edelstenen in onze zak, want dat mocht natuurlijk ook niet ontbreken.... Op naar Agra, India's belangrijkste toeristische trekpleister, een oord dat jaarlijks om en nabij de drie miljoen bezoekers lokt. Waarom is mij een raadsel. Het enige wat er staat, is een stulpje, een 300 jaar oud bouwwerk (Jat Hamal, of zoiets) dat volledig in wit marmer opgetrokken werd en een paar dozijn halfedelstenen als inlegsel kreeg. En, het vreemdste was dat we er tien dollar voor moesten betalen. De hoogste tijd dat de bezichtiging van het Lam Gods in Gent ook wat meer gaat kosten. Oog om oog, perelaar om perelaar. Steeds. Wel, die Jat Mahal bleek bij nader inzien wel meer dan de moeite. De gemengde gevoelens, het geld-uit-de-zakken-geklopperij verdween als sneeuw voor de zon toen we voor het mega-bouwwerk stonden en heel het gebouw als een soort van wit juweel zagen schitteren in de klimmende gele ploert. Amai, amai, en zeggen dat het Jat-gedoe gebouwd werd om redenen van liefde. Wat een meesterschap, wat een symmetrie. De moeite. We hebben dan ook duizend-en-één foto's getrokken, zoals het hoort eigenlijk, ook eentje met ons voor het gebouw, naast, op, over en onder. En het ligt plat, nu.... Het rode fort hebben we links laten liggen. Misschien wel de moeite, maar ook tien dollar en dat zagen we niet echt zitten. Ze kunnen vragen wat ze willen, maar wij zijn geen packagedealtoeristen die alles in de schoot geworpen krijgen, nest-ce pas.... Agra bleek de stad bij uitstek om wat marmer te kopen en dat hebben we natuurlijk ook gedaan. Toch nog de moeite, maar toen was het weer tijd om door te gaan. We wisten eigenlijk niet goed waarheen (Gwalior, Fatephur Sikri, Jhansi???) maar na een korte denkoefening besloten meteen naar Orchha door te steken, een éénstraatdorpje waar nog meer rust te rapen valt dan in het oudemensenhuis Hier Roest Men Niet. Alle andere dorpen links laten liggen, omdat we op dat moment al iets te veel paleizen, forten en maharadjaplaatsen hadden gezien. En op den duur beginnen ze allemaal op elkaar te lijken. Een beetje zoals de kerken in België, alleen een stukje imposanter en trotser in hun grandeur... Terug naar de homepage van de Wereldreizigersclub. © Alle teksten en foto's copyright Saskia en Sven 2000-2001. |