Donderdag 6 september: Perth, steevast meer dan enkel de stad van 'The Triffids' (deel I)

Ah, die lieve mensen. Een maand in Australië en alweer een pak indrukken verder. We hebben er welgeteld 6000 kilometer opzitten en ondertussen hebben we begrepen dat dit de trend zal blijven voor de komende maanden. Met La Issa zullen het er zowat 4000 worden, met Peter en Cor 6000. Tja, Australië is groot en om van het ene mooie punt naar het andere te gaan, leg je toch vaak een ritje van Brussel naar Italië af. Met niets dan bush aan beide kanten van je oren. Omdat we zeker op tijd in Perth wilden zijn om onze lieve Isabel - nu zondag, yes - van de luchthaven af te halen, hebben we enkel de highlights tussen Broome en Perth bezocht. De start bleek een vrij saaie rit van twee dagen tussen Broome en het godverlaten stadje Port Hedland - de enige plaats die we tegenkwamen waar we weer een voorraad eten konden inslaan en – ook wel belangrijk – konden tanken. Eindpunt was Coral Bay. Ondertussen waren we toch alweer vergeten dat we twee dagen met zijn vijven (oh ja, Nederlander Erik en Engelse Londengirls Claire en Sasha reizen met ons mee) in die campervan hadden gezeten. Wat we onderweg zagen, waren heuvels, stukken land met enkel verdroogde bomen en hopen dode kangoeroes. Die hupperds maken het onmogelijk om tijdens sunrise en sunset te rijden. Als het donker is, mag je het zeker vergeten. Ze worden onrustig, zoeken voedsel, de warmte van het asfalt en lopen gewoon voor je auto. Gevolg: de roadtrains (trucks van zowat 55 meter lang en onze enige en beste vrienden onderweg) rijden er zowat om de kilometer eentje plat. Een bloederig hoopje kangaroo, of wallabie, is het resultaat. Wat we in Coral Bay zagen was een prachtige sunset, de eerste wolken en een zeer mooi strand. Sven ging er met Erik voor de eerste keer vissen. Meteen zijn passie en bezigheid voor de komende dagen. Ik heb gelukkig nog wat kunnen zonnebaden want het bleek al gauw dat Coral Bay de laatste stop was met degelijk weer. Van Coral Bay ging het richting Monkey Mia, een uiterst klein kustdorpje - amper een mespunt groot op de kaart - waarvoor we eventjes 300 kilometer moesten omrijden. Tja, we zouden dan ook dolfijnen gaan bekijken. De eerste indruk was verre van goed. Was daar net zo'n bus met resorttoeristen gedropt waardoor die allemaal op een rij met de voetjes in het water en de broek opgerold de dolfijnen stonden te bekijken. Ondertussen zijn Sven en ik krakken geworden in het herkennen van nationaliteiten. Vrouwen op leeftijd met strooien hoeden, te grote zonnebril, een onnatuurlijke grijze haarkleur, vergezeld van mannen met een buideltas en een te grote short met steevast een t-shirt met bedrukking: 'I was in Melbourne' of iets dergelijks en witte tenniskousen tot boven de knieën (in dit geval was daar even de twijfel omdat ze blootvoets in het water stonden, hahaha) en sportschoenen zijn steevast Amerikanen die in hun drie weken Australië-bezoek evenveel zien als wij in vier maanden, maar er het tienvoudige voor betalen. Gelukkig hebben die mensen zo'n krap schema dat ze na tien minuten kiekjes maken alweer hun bus in moeten. Wij dus het strand - bijna - voor ons alleen, enkel vergezeld door een tiental reuze-Pelikanen. Zijn me dat prachtige en imposante beesten! Ook de interactie met de dolfijnen was prachtig en gaf net dat ietsje meer dan een bezoek aan het Boudewijnpark. The dolphs zwemmen tot bijna aan het strand en tonen in enkele uren de mooiste kunstjes. Wij zaten op dat moment aan de iced coffee en gooiden ze af en toe een visje toe. Een mooie dag op een prachtig stukje schiereiland waar we voor de zoveelste keer op een prachtige freecampingspot stonden. We hebben eigenlijk wel de ultieme campingtruc gevonden. We kamperen namelijk één dag op een freecamping - vaak mooiere stops met toiletten, maar geen douches - en de andere dag op een betaalcamping waar we voor twee betalen, maar met vijven alles delen. Die campings zijn vaak minder mooi gelegen maar hebben dan weer wel een prachtig gelegen tennisbaan, zwembad en warmwaterspa. In Nanga (nog steeds Shark Bay National Heritage Area) direct een partijtje tennis met zijn allen, onder een prachtig ondergaande zon. En dat betekent: onmiddellijk jas aan, want tijdens de dag is het - zelfs hier in Perth - twintig graden maar 's nachts amper een graad of acht. Net iets te koud eigenlijk om honderd procent te kunnen genieten van het kamperen. Tja, in Darwin was het te warm, maar nu en de komende twee weken zitten we in afwisselend lenteweer dat erg veel op dat van België lijkt. Gisteren een zonnige dag, bel ik rond zes uur mijn broerie, staan we net te kletsen en het begint het op één minuut tijd te stortregenen. (Nu moet ik wel zeggen dat Sven zegt dat we 40 minuten gebeld hebben in plaats van één, hahaha). Enfin, soit, het weer is hier het ene uur kat en het andere uur hond.

Lees verder voor deel II

Terug naar de homepage van de Wereldreizigersclub.

© Alle teksten en foto's copyright Saskia en Sven 2000-2001.