|

Vrijdag 8 februari: Guatemala: Tarzan is onze grote vriend (I)
Lieve lui in de gindse verte,
Yes! We're back y’all. Terug in het digitaal gezwets-imperium, maar nu alweer vanuit een ander land. Goeateemalaa. Edoch, voor we hier aan een epistel beginnen over hoe schoon het in dit oord allemaal wel is, nog even terug naar Mexico. Merida, dus, de witte stad. (Voor geschiedenisfreaks: gesticht in 1542 door Frans van Montejo de jongere.) Nog steeds in het gezelschap van de ouders, die ondertussen al vloeiend Spaans hebben leren palaveren. Merida, bueno, het was me het aangenaam oord wel, met immense koloniale gebouwen en een Mayamuseum om de vingers bij af te likken. Natuurlijk werden we er om de vijf stappen aangeklampt met de vraag of we geen interesse hadden in een hangmat, of een of ander authentiek beeldje. Jullie hadden ons gewaarschuwd voor malafide hamacaverkopers en we hebben die raad natuurlijk niet in de wind geslagen. Een stevige matrimonial is heden ten dage ons deel (met meer dan honderd touwtjes, sisal, stevig etc. Voor een zacht prijsje). Merida, de ideale uitvalsbasis voor een bezoek aan enkele heel boeiende Mayasites. Eerste: Chichen Itza (vrij vertaald "de mond van de bron van het volk Itza"). Wij daar met de bus heen. Het moet gezegd dat het een heel aardige site was, maar er naar ons goesting iets te veel Amerikanen rondliepen die alles "fabulous" vonden. Nu ja, zo fabuleus was het er ook weer niet. Imposant en getuigend van een wel ongelooflijk gevoel voor architecturale eenheid. Dat die Maya's zulke bouwwerken – gebaseerd op de constellatie van sterren – in elkaar konden steken, zonder gebruik te maken van kranen en toestanden, wel, daar konden we toch even niet bij. De samenleving toen bleek een pak beter georganiseerd dan het Europa van nu. Ze hadden geen euro en liepen enkel met een lendendoek rond. Chichen toonde ons verder ook dat de Maya's heel wat goden aanbaden. Eén daarvan was een blanke met een rode baard. Men vermoedt dat het om Leif Ericsson gaat (nee, niet die van de gsm's), de chavo die les Americas ontdekte. Aangezien hij als god werd beschouwd, kreeg ook de Spanjaard Cortez (blanke man met baard) die titel. Hij maakte er echter misbruik van en decimeerde heel de bevolking. Staaltje van koloniaal inmperialisme met een geurtje. Miljoenen Maya's moesten het met hun leven bekopen.... Maar goed, Chichen was wel een aangename belevenis. Toen we de site wilden verlaten, werden we er natuurlijk ook aangeklampt door beeldjesverpatsers. Voor een dollar zouden ze ons een mooi sculptuurtje verkopen. Mooi niet dus. Bleek het om een Maya-dollar te gaan. 350 pesos. Ammehoela! We hebben het beeldje dan maar wijselijk ergens geplaceerd waar het hoorde. De man loopt sindsdien nogal krom. Een andere mooie site – niet zo indrukwekkend als Chichen – was Uxmal (en de Ruta Puuc). Veel van hetzelfde (brokkelingen, zoals dat ook heet) en een introductie in gelaatsverfijning. Maya's – en andere Indiaanse volkeren – hadden ook manieren om zich op te maken; alleen, ze gingen nogal drastisch te werk. Baby's werden tussen twee planken gelegd, die aan het hoofeinde werden samengeduwd. Bedoeling was om een langwerpig voorhoofd te krijgen. Tot ze de pubertijd bereikten, liepen de jongens dus met een soort hoofddeksel rond dat hun voorhoofd samenduwde. De tekeningen liegen er niet om: oude Maya's leken een beetje op aliens. Misschien dat hun voorouders – en hier volgen we een van de ruimtetheorieën – toch out of space kwamen? Enfin, feit is wel dat we danig onder de indruk raakten – en nog steeds zijn – van een cultuur die we niet echt kenden. Merida bezorgde ons verder nog enkele luie dagen, met lekker eten, een paar potten bier (Corona, Montejo, Sol, Amber....) en de aanschaf van een hamaca, zoals we al zeiden.
Lees verder voor deel II.
Terug naar de homepage van de Wereldreizigersclub.
© Alle teksten en foto's copyright Saskia en Sven 2000-2002.
|