|
Woensdag 11 april: Nee-ja-pal (deel I) Ha iedereen daar, in het verre apenland, waar koningin Ramona de scepter zwaait en de katten geselt en gezwind met een liefdeszwaard doorheen de lentezwangere ether klieft: Namasté. Namaskar zelfs, vanuit een land dat zichzelf geen Engelse vriend gunt, Nepal, dus nog steeds. En wat komen wij hier zoal doen? Een vraag die een duidelijk antwoord verdient. Na Varanasi, de hitte van de zon, de gele ploert zoals we hem of haar graag noemen, en het leven aan de ghats, vonden we het de hoogste tijd Indie te laten voor wat het was. Vier maanden, het is bij nader inzien meer dan genoeg voor een eerste kennismaking met het land van de 330 miljoen goden en godinnen. Een vlucht geboekt van Bharat naar Nepal, voor geen geld (alla, toch niet exuberant veel), die ons in een klein uurtje van plaats en temperatuur zou laten veranderen. De vlucht van een klein uurtje bleek nog geen dertig minuten - wat zeg ik - vijventwintig minuten te duren. En met het kwartier tijdverschil stonden we eigenlijk in vijf minuten in Kathmandu! Meteen kregen we Nepal onder onze derrière geschoven, en - dames en heren, het was een waarlijk aangenaam gevoel. Het vliegtuig uit en onmiddellijk viel het op hoe rustig en schoon (in de letterlijke zin van proper) alles hier is. De luchthaven zelf, toch wel 's lands hoofdstadaanvliegroute, lag er nagenoeg verlaten bij. Nergens joelende mensen, slapende daklozen, of bedelende leprozen, maar een stuk of wat ambtenaren die zich de taak ter harte genomen hadden de visas uit de delen. Of uit te reiken. Aaaw, en niet eens een duwende massa, zelfs niet buiten. Allemensen!! Staan die Nepali-guesthousemensen gewoon netjes met een bordje in de lucht te wachten tot de mogelijke klanten op hen toestappen. We werden niet overdonderd door riksja-chauffeurs, of andere malafide touts. We konden zelf kiezen. Het leek wel vakantie, of meer nog, het heeft er veel van weg dat onze reis nu echt begint, dat India (naast al het fantastische en fenomenale dat we daar hebben gezien) een soort van opgave was en Nepal de beloning. Het voelt zo aan, en het voelt waarlijk goed. De eerste dagen in Kathmandu waren dan ook een beetje een aanpassing. Een klein stadje eigenlijk, waar het leven zich hoofdzakelijk afspeelt in de wijk Thamel, een bonte verzameling guesthouses, travelshops, trekkingwinkels... noem maar op. Om nog maar van de bakkers te zwijgen. Jesusmariajozef!!! Die weten ook van aanpakken. Het is lang geen leugen: Kathmandu heeft wellicht de beste bakkers in heel Azië. Je vindt hier werkelijk alles, van croissants (chocolade, groenten) tot bagels en van bread rolls tot franchipanetaarten. Je kunt het zo gek niet noemen of het ligt wel ergens te koop. En dat, lieve mensen, is na maanden van rijst, rijstpudding, dal, chutney en wat weet ik nog meer, een heel welkome hap. Sas komt na haar ziek zijn elke maaltijd zienderogen x-aantal gram bij. Samen met Jesse en ook Gill en Steven (onze reismates van de Andaman) eten we trouwens geweldig Japans op kussentjes in plaats van stoelen en hebben we de film Hannibal gezien. Pure prut. Terug naar de homepage van de Wereldreizigersclub. © Alle teksten en foto's copyright Saskia en Sven 2000-2001. |