|
Vrijdag 11 mei: Waarschijnlijk de beste koffie ter wereld (deel I) Hahaaaaa, lieve kijkbuisnozems, sujetten van het lage land dat immer onder water staat, vrienden altegaar, eindelijk zon aldaar. Toch ook nog een woordje uit het verre, op dit moment zeer besmogde Nepal, i.e. Kathmandu, Thamel-area, Brezel Bakery waar de computers op dit moment worden aangedreven door kattenspinnende generators, onderwijl funeste dampen uitbrakend die tallig mens hier kokhalzend in de goot doet belanden... of het is iets minder, dat kan ook. Enfin, Kathmandu, Nepal, en dat voor nog een paar dagen want maandag vliegen deze twee naar Bang!!!Kok, de tweede keer in ons jonge leven, de tweede keer in een jaar tijd. Anderen moeten het met minder stellen, dat hebben we onderhand al gemerkt. De foto's die jullie allemaal zo mooi in de mailboks gekregen hebben, waren een fijne weerslag van onze trektocht doorheen de uit de aarde geperste bergmassieven en gaven meteen ook weer wat voor een fotografisch oog la Sas heeft. Niet van de minste, als je het mij vraagt, dat wijfie van mij. Maar wat schuilt daar allemaal achter, achter die kiekjes, dat chemicaliën gekleurde papier, die photografische genialiteit? Het komt nu uit de doeken, en wel meteen. Trektochten in Nepal (het werkwoord trektochten dus) is een van de dingen waarvoor mensen naar hier afzakken. Wij dus ook. Aanvankelijk hadden we het idee geopperd om een tochtje van om en bij de zeven dagen te maken, maar hoe meer verhalen we hoorden, hoe meer het begon te kriebelen om het Annapurna-circuit aan te vallen. Achttien dagen doorheen verschillende lagen dezer aarde, laagvlakte, tropisch regenwoud, ariede gebieden en de sneeuw, een aantrekkelijk landschappalet dat onze harten sneller deed kloppen. Natuurlijk moesten we daarvoor weer een permit te pakken krijgen, maar en het zou niemand meer mogen verbazen in onze hoedanigheid van journalist en promoter van het Nepalese land, kregen we die papiertjes gratis en de voor niks. Fijn toch, zou ik zo zeggen. Niet alleen dat, ook onze garderobe moest enigszins worden aangepast. We waren thuis vertrokken met het vooruitzicht maanden in een aangename zeg maar zeer te pruimen temperatuur door te brengen en hadden enkel niemandalletjes ingepakt. Niks geen handschoenen, bergbottienen, mutsen en/of gortex-broeken en fleece jackets. Of slaapzakken die min tien of zelfs min twintig kunnen doorstaan. Dus die zaken aanschaffen, of huren, was de boodschap. Bij nader inzien bleek kopen de beste oplossing, zeker met het oog op het skieën in New Zealand en vannen in Oostraalje. Voor een zacht prijsje. Wat had je gedacht. All set to go, zoveel was zeker. Eerst met de bus naar Dumre, en vandaar naar Besisahar, om dan te beginnen aan de krachtmeting met de heuveltjes. Het is te idioot om elke dag te beschrijven, dat zou een beetje van het goede te veel wezen, maar laat me een ding zeggen: een rugzak kan ongelooflijk veel wegen. Dag één en ik had het al niet meer. Waarschijnlijk de zak verkeerd gepakt en de touwtjes niet echt goed aangespannen, want na een paar uren klimmen, draven en briesen als een dolgedraaide Shetlander, tintelden mijn spieren als cola in een glas. En het deed zeer. En, ook dat nog, we waren nog maar net begonnen. Om niet volledig gestressed te raken (niet het werkwoord, maar het vreselijke spierspanningsverschijnsel) hebben we meteen een porter ingeschakeld. De man, anderhalve kop kleiner dan jullie beloved en met een lach die echoode door berg en dal, luisterde naar de naam Prem, en was meteen mijn beste vriend. Natuurlijk, want hij ging de zware zak dragen, zestien dagen lang. Een pluim voor die man, een kus en een bank vooruit. Sterk als een paard, onvermoeibaar als een koppige ezel. Verder ging het, de bergen in, en het landschap was adembenemend en ongelooflijk prachtig. Moeilijk te beschrijven, maar probeer aan de kleur groen te denken en alle mogelijke sensaties die daarbij vrijkomen. Loof, en kronkelend paadjes, doorheen decennia oude dorpjes, waar mensen zo vanuit het verleden leken te zijn overgeheveld en zich bezighouden met het kweken van rijst, patatjes en look. En met voor je en achter je intimiderende bergen die je lijken uit te dagen, of je lijken uit te lachen om je nietigheid en povere poging hen te beklimmen. We werden er stil van. Of het moet de inspanning zijn geweest, want klimmen in de bergen is niet hetzelfde als kuieren in de Veldstraat. Dat dat duidelijk mag wezen. Nu dan, tijdens de eerste dagen al meteen een hele portie regen over onze kop gekregen, maar onze gortex-fleece jassen en broeken hielden die panihoos (pani zijnde Nepali voor water) aardig van onze bleke lijven. We gingen door en hoger, elke middag genietend van onze welverdiende portie dal bhat (linzen, rijst en aardappel-curry). Terug naar de homepage van de Wereldreizigersclub. © Alle teksten en foto's copyright Saskia en Sven 2000-2001. |