|
Maandag 12 februari: Jara Jara Waaw! (Deel I) Al die daar zijn, liefste mensen en dergelijke, het is waarlijk een tijdje geleden, maar we zijn terug. Terug van vier weken Andaman, of anders gezegd, back from paradise, want dat was het wel. We zaten dus niet in Gujarat, of daar in de buurt, in de onfortuinlijke streek waar de aarde zich van haar minst mooie kant heeft laten zien. Toch bedankt voor de lieve mails en het vragen naar onze whereabouts. Nu nog even in Chennai, Madras voor de mensen die nog in de jaren zestig leven, en straks om elf uur de trein op naar Mumbai. We sluiten het hoofdstuk Zuid-India af en het volgende blad, waarop heel het verhaal van het noorden begint, is nog onbeschreven. Alleszins benieuwd wat het gaat geven, want we denken dat we in een totaal andere wereld terecht zullen komen. Tussen de oude Rajputstrijders, de restanten van de Mogols en wat weet ik nog meer. We hebben alvast onze batterij op Andaman opgeladen, en we kunnen er zeker weer voor een paar maanden tegen. Andaman en Nicobar, jawadde. Wat een openbaring. Eeuwen geleden, toen de vogels nog konden praten, moet de grote schepper gedacht hebben: "Tiens, ik heb nog wat klei over, waarom gooi ik die gewoon niet in de grote plas en wacht af". Hij deed het en liet in miljoenen jaren tijd parels bloeien in een smaragden laken. Wij hadden de eer en het geluk ernaartoe te trekken, enkel naar de Andaman-groep, want de Nicobar-eilanden zijn nog steeds off-limits voor toeristen. Enkel Indiërs mogen daarnaartoe. Van voortrekkerij gesproken. We hadden de keuze uit vliegen en de boot, en aangezien vliegen toch wel iets te duur bleek, sprongen we samen het schip op: de Swaraj Dweep, de meest recent aanwinst van The People of India, een vlot dat het traject in zestig uur zou afleggen. Met zes in een kajuit, 2nd class, want 1st en Deluxe waren iets te duur. Bunk-class zagen we dan weer niet zitten, want dat zou betekend hebben dat we tussen honderden Indiërs terecht zouden komen, die ons heel de dag om de oren zouden slaan met "Where you from?", "Whats your name?" etc. Tweede klasse dus en dat viel eigenlijk wel mee. Zowel tijdens het heenvaren als het terugvaren, deelden we onze cabine met aangenaam gezelschap, en dat maakt het ook wel een stuk leuker. Het enige wat ons danig tegenviel waren de sanitaire voorzieningen, of, anders gezegd, de toiletten. Iemand moet de plaatselijke bevolking er eens attent op maken dat ze hun hoop in de pot moet mikken en niet op de wc-bril, of in de ruimte waar de pot staat. Het gat, beste mensen, is waar jullie residu naartoe moet. Knoop dat in jullie oren. Bleek dat de Indiase vrouwen het nog minder wisten dan de mannen, want in hun closet vond Sas een tripe van een paar tientallen centimeters (van al die rijst) die er twee dagen is blijven liggen. Zelfs de schoonmaakploeg durfde er niet meer binnen te komen. Enfin, na een paar dagen doemde Port Blair op, onder zwarte wolken (ah nee, ging het door ons heen, geen paradijs met slecht weer) en we konden pas tegen tien uur, na het gebruikelijke gezwets over permits en paspoortcontrole, genieten van een echte maaltijd (op de boot werd onze maag bestookt met thali, thali en nog eens thali, rijst, rijstebrij, koude pap, dal in de ochtend, dal 's middags en dal 's avonds, chapathi en wat weet ik nog meer) in het New India Café, een gehucht waar zowat alle andere passagiers naartoe getrokken waren. Het verhaal kon beginnen. Drie weken zonder mail, het leek een onoverkomelijke opdracht, maar het bleek een welkome afwisseling. Geen nieuws van het thuisfront, het leek eventjes of België niet meer bestond (hey, we zien jullie allemaal wel graag hoor, daar niet van) en dat we drie weken lang enkel en alleen maar aan de eilanden moesten denken en al wat zich daar afspeelde. Dat was nogal wat. Port Blair, de hoofdstad van South Andaman, had heel wat fraais te bieden. We vielen het hardst op onze derrière van de Cellular Jail en het antropologisch museum. In de CJ, een bijna honderd jaar oude strafgevangenis, gebouwd op een afgeplatte berg, konden we het geroep en gekerm van de Indische vrijheidsstrijders die er tot 1938 opgesloten zaten nog in de gangen horen galmen. David Berry, een van de ergste gevangenisopzichters ooit, was een ware Hitler avant la lettre die de celmates de ergste straffen oplegde en hen zowaar door de hel voerde. De Sound en Light Show was - en dat tot onze verbazing - een waar en boeiend spektakel. India heeft een boeiende geschiedenis, zoveel is zeker. Met de historie van Andaman alleen al kun je boeken vullen. Het antropologisch museum verraste ons dan weer omdat we er heel wat artefacten en foto's te zien kregen van de stammen die nu nog steeds - zoals duizenden jaren geleden - op de verschillende eilanden rond Andaman en Nicobar leven, en nog niets van hun authentieke leefwijze hebben afgelegd. Het is zelfs zo dat een groep, namelijk de Sentinelese, bezoekers steevast tracteren op een portie pijlen en stenen; het is de enige manier waarop ze hun eigenheid en hun land kunnen behouden. Waarschijnlijk hebben de geesten van hun voorvaders hen gewaarschuwd voor 'blanke of bruine mensen die met zilveren of felgekleurde pakjes komen zeulen, want achter hun ivoren lach, schuilt een hebzucht die geen gelijke kent'. Ze slaan die raad niet in de wind, zoveel is duidelijk. Boeiend. Ten zeerste, want het drukte ons weer eens met de neus op onze ontwikkeling tot modern mens, en we weten niet - na het zien van de levenswijze van de stammen - of dat echt wel zo'n verbetering is. Leve de Onge, de Jarawas, de Sentinels, de Shompen en de Nicobarese. Dat ze het lang zonder ons mogen stellen. Nu, van Port Blair ging het richting Havelock, een eiland in het noorden, en de eerste diamant die we mochten polijsten. Havelock was een heel goede introductie naar wat moest komen. Geleidelijk aan kwamen we tot het besef dat we steeds minder zouden kunnen rekenen op elektriciteit, en dat kaarsen, zaklampen en het licht van de sterren ons zouden moeten leiden. Op Havelock hebben we gesnorkeld en vis gevangen, wel een van ons toch, want de vis wou niet echt bijten, en de kleurige vissen die zich tussen het - jammer genoeg dode - koraal trachtten te verbergen de schrik van hun leven bezorgd. Hoe zou je zelf zijn als er plots een immense witte vis met zwarte vliezen en een bokaal op zijn hoofd voor je neus komt zwemmen. Niet meteen het beste uitzicht om een dag te beginnen. Havelock was goed, zeker het eten dat we 's avonds voorgeschoteld kregen, want de kok van dienst bleek een ware chef die ooit in een toprestaurant in Delhi werkte, maar zijn geboorte-eiland te veel miste en op zijn stappen terugkeerde. Goed voor ons. Terug naar de homepage van de Wereldreizigersclub. © Alle teksten en foto's copyright Saskia en Sven 2000-2001. |