|
Zondag 12 augustus: Hiace Outback 2001! (deel I) Lieve mensen in het donkere laagland, waar bomen vuur vatten als het droog is en mensen met krullen steevast prijzen wegkapen op hondenshows... Yes, maties, we zijn er reeds, en wat een tijdingen. Australië, Ooostraaalje, wat klinkt dat mooi, in een welgeschapen lippenmond, het van tweeklanken voorziene continent, ooh schoonheid des landes, kom tot ons en spreid uwer pracht. Wasmedat? Inderdaad. Het contrast kan niet groter wezen. Nieuw-Zeeland ligt net achter de rug, was heel aangenaam toeven, koud en prachtig. Het skieën en snowboarden hebben onze stramme ligamenten soepel getraind. Het bezoek aan het Antarctica-center en het mid-winterfestival waren meer dan boeiend. We zijn klaar voor vier maanden hitte, absolute niets, en rood stof. Het wordt wellicht wat. Vier maanden... tja, een vooruitzicht, maar we weten nu al dat ze ook voorbij zullen vliegen. Het begon eigenlijk al heel erg puik: door mist in CHC (nog steeds Anagrammisch - deeldialect van het West-Aramees - voor Christchurch) steeg onze vlieger pas een uur later op dan gepland, waardoor we onze aansluitingsvleugels misten. Er zat niets anders op dan ofwel de nacht in Brisbane door te brengen (en de dag) of op een vliegtuig te springen dat via Cairns naar Darwin zou zweven. Tuurlijk, man, bleek dat vliegtuig ook nog eventjes te stoppen in the middle of nowhere. Gove, een plaatsje in een nationaal park waarvoor bezoekers een permit moeten aanvragen. Kwamen wij daar gewoon lekker ingevlogen. Om weer op te stijgen, voor de vierde keer. We kennen de veiligheidsbabbel onderhand al uit het hoofd. Please, this is a non-smoking flight. Please, remove your lungs. Please, eat like you should. Please, wash your feet more often....Vier maal genieten van snacks en toestanden. Ansett Australia heeft geen geheimen meer voor dees twee. Maar nu, al een paar dagen Darwin, the top end. Het mate-gehalte is hier heel erg hoog. Waarmee we wel degelijk "vriend" bedoelen en niet het paargedrag. De hitte - om en bij de dertig graden - heeft ons toch wel een paar dagen tegen de vlakte gegooid. Hoe zou je zelf zijn: in nog geen vierentwintig uur van min tien naar plus dertig. Je zou er haast van beginnen te smelten. Edoch, dames en heren, Darwin ligt er heel rustig bij, al loopt er toch wel veel backpackvolk rond. Veel Germanen, Kezen, Ieren, Italianen en Belgen. Tja, de nationaliteiten liggen er mooi verdeeld bij. Wij trokken naar Elke's Backpackers, een lodge met een zwembad. Net goed. Elke "being a German girl that used to work here". Jaa, dat zal wel... Iemand nog iets gehoord van de zot die hier backpackers neersteekt? Welnee, wij ook niet. Of toch, blijkt het sujet zich ergens om en bij Alice Springs op te houden. Wat een oen, die kerel... we zullen hem alleszins niet tegen komen. Willen we niet. Heeft hij zondagnacht iemand van 50 jaar uit Adelaide afgeknald en gisteren is er weer een man verdwenen. Net waar wij binnen een paar dagen zullen zitten. En Darwin heeft natuurlijk wel wat te bieden. Een strand, een Harbour met prachtig zicht en een boeiende avondmarkt, waar alles te koop is: van lekkere gechocolateerde bananen tot didjeridoos, en van honden-olie (echt!!!) tot zwepen en T-shirts met geniale opschriften. Wel wat duur als je budget probeert te reizen. Speaking of which (jahaa, de kwaliteit van het Engels, het Australees dat we spreken gaat hier ik-weet-niet-hoe snel vooruit): alles blijkt hier toch wel een pakje duurder dan in Nieuw-Zeeland, en dat was ook al niet mis. Vandaar dat we de kosten wat moeten beginnen drukken. Al lukt dat niet meteen als je een campervan aanschaft. Want - roffelingen zetten rollend aan - inderdaad, kindertjes, dat hebben we gedaan: een Toyota Hiace 1979, met alles erop en eraan. Welja, dat misschien wel, maar we hebben net twee dagen in het Lichfield Park doorgebracht en er blijken toch een paar dingetjes aan te schorten: koelkast doet het niet, koffer sluit plots niet meer en het stuur gaat shimmy. Enfin, Lichfield Park was mooi, leuk kamperen onder de blote sterrenhemel. Heel wat vogels zien vliegen. Niet dat dat zo speciaal is - we zien wel vaker dingen vliegen - maar de beestjes baadden in zo'n prachtig verenkleed dat we er het water van in de mond, nee, de ogen kregen. Gekookt in ons campervannetje, geslapen in ons campervannetje. Het viel allemaal reuze mee. En het park zelf? Terug naar de homepage van de Wereldreizigersclub. © Alle teksten en foto's copyright Saskia en Sven 2000-2001. |