|
Woensdag 17 oktober: Expeditieromance (deel I) Kadeekes, kinderen aan het westerse front... wij weer, juist ja, uit het vrij centraal gelegen Alice Springs, The Alice zoals dat hier heet, en dan nog in een weertje dat ons van hot naar her blaast en zo nu en dan wat water met bakken uit de lucht doet zeiken. Het kan hier eigenlijk niet meer op. Normaal gezien baadt The Alice in een poel van hete gelegheid, maar dit jaar blijkt er toch wel iets vreemds aan het handje. Slecht weer, zoals me doen zegge... Enfin, genoeg over het gezever uit de lucht, over naar de orde van de dag. Nog maar net hadden we het fijne Adelaide achter ons gelaten, of daar bliezen een paar patsers met maar één ons hersencellen een moskee op. Zoiets doe je niet, zeker niet in een land als Aussie, waar de helft van de bevolking geeneens weet wat er aan de hand is, of het zelfs niet wil weten. Vreemde bushkangoeroes die lui. Edoch, op onze rit naar The Alice even gestopt - welja, meer dan één keer - en op een van die pi(s)tstops onze Indiase consulkornuiten Nancy en Mark aan de telefoon gehad. Kwestie van even na te gaan hoe het hen in Bombay vergaat, want dat stadje ligt eigenlijk wel vrij dicht tegen het bommentapijtgebied. En dat het er in Kashmir nu ook weer tegen zit, na zoveel maanden rust, ja, dat is ook geen lachertje. Gelukkig bleek alles er oké, al begon men er wel te denken aan het uitdokteren van een Belgen-evacuatieplan. Je weet nooit of een van die miljoenen kostenden raketten van cowboy Bush een beetje van zijn koers afwijkt. Die plofspeeltjes die meneer afschiet kosten stuk voor stuk meer dan wat ze kunnen vernietigen; en dat heer Bush (la Bush qui pue) op hetzelfde moment zelfs voedselpaketten dropt met linzen en - probeer dit maar eens te rijmen - pindaboter!!! Allemaal uit de krant... juist, want het gevaar blijkt hier toch eindelijk bij de nieuwsredacties terecht te komen. Maar nu, de rest van de zoektocht naar het ultieme niets. We zijn er toch alweer geraakt, op dat punt en we hebben weer het een en ander opgestoken van die boeiende Aussie maatschappij. Het brood, beste dames en heren, valt hier na al die maanden niet meer te vreten. Warme bakkers zoals wij die gewend zijn en die elke ochtend hun deuren zien openwaaien door warme gerst-en roggedampen, vind je hier hoegenaamd niet. Wel brood in plasticzakjes. Ook wel bruin, en zuurdesem, maar dat is natuurlijk volgepropt met bewaarmiddelen die zelfs een olifant zouden constiperen. Wij snakken naar een goede boterham, eentje met een harde korst, een laagje boter en een goede kop Roel-of moedersoep waar we het zootje in kunnen dauwen. Tja, we hebben het natuurlijk zelf gezocht. Ook gemerkt - en vooral hier in alles - dat bijna geen enkel openbaar eethuis een eigen toilet heeft. Zo moest ons aller Sas gisteren dringend aan de grote boodschap - en dan bedoel ik ook GROOT - maar de vrouw achter de toonbank zei tegen haar: "Sorry, no toilet here, you will have to go to the public toilets..." (voor wie niet zo goed Engels verstaat: "Ga elders schijten.") Tjaaa, en dat bleek de bibliotheek, sowieso al een krap huis, maar toen Sas haar derrière op de plee plaatste, bleek de deur niet dicht te kunnen. En er is niets zo on-bevorderlijk voor een vlotte wc-beurt als een deur die uit de hengsels hangt. Maar ook dat is Aussie. Verder vielen ook op: de verkeers- en andere borden aan de kant van de weg. Binnenkort een paar van die kiekjes op onze site. Maar goed, voor we het oord Uluru gingen opzoeken en daar onze aller vrienden Peter en Cor zouden oppikken, ging het nog even naar de Barossa Valley, de wijnstreek in Australië. Produceert in kwantiteit wel niet zo heel veel, maar de kwaliteit maakt alles goed. Even bij John Morgan langs, een vriend van huize De Potter, en met die man - overigens een heel aimabel en sympathiek manspersoon - een paar wineries afgegaan. Zijn favorieten, en daarmee zat ik ook goed: in anderhalf uur tijd kennisgemaakt met een paar lekkere Shiraz, Cabernets en wat andere gefermenteerde druivensapjes. Ik ging er scheel van kijken. Het was alleszins een heel geslaagde proeverij. Australië zal binnen een paar jaar toch wel een aardige wijnconcurrent worden. Als de worteltjes van de druivelaren wat dieper gaan graven, wacht dan maar af... Barossa was een goede voorbereiding op wat ging komen; of tenminste, een puik tegengewicht voor de Stuart Highway, de weg naar het noorden, waar letterlijk niets ligt. Het ging via Port Augusta noordwaarts, op naar Woomera. Nog nooit was rijden zo saai. Honderden kilometers niets, maar dan ook niets. Wat struikjes en rode aarde, en af en toe een wagen. Terug naar de homepage van de Wereldreizigersclub. © Alle teksten en foto's copyright Saskia en Sven 2000-2001. |