Vrijdag 22 februari: Ak'tenamit y q'eqche

Lieve mensen,

Zoals we jullie schreven hadden we het plan opgevat om vrijdag 8 februari een van de mooiste en misschien wel indrukwekkendste Maya-sites van Centraal-Amerika te bezoeken: Tika l. Ergens diep in de jungle, onder het alziende oog van luidruchtige brulapen en Quetzals (de nationale vogel) liggen zestien vierkante kilometer Mayaruïnes, resten van wat ooit een grote, welvarende stad was. Wel, uiteindelijk begon het diezelfde vrijdag om tien voor twee te regenen. Het soort regenbui die we in België helemaal niet kennen (recht naar beneden en zeiknat). Met andere woorden, plan B: wachten tot het opklaart en een paar dagen langer Flores. Enkele dagen later dus: een overvol busje brengt ons in nog geen uur tijd tot de ingang van het Tikal-natuurpark. Van daar is het nog eens zeventien kilometer naar het echte toegangspad. We stellen ons allebei de vraag hoe de ontdekkers van Tikal er ooit in geslaagd zijn zich een weg door de dichte begroeiing te vinden. De Guatemalteco's, nazaten van de oude Maya's, wisten wellicht al eeuwen dat de site ergens in de smaragden junglepracht lag verscholen, maar het was pas in 1848 dat de eerste expeditie de architecturale wonderen ging opzoeken. Dertig jaar later stootte de Zwitser Bernouilli door tot de volledig ingekapselde tempels. Hij nam een paar stukken steen mee die nu nog steeds in het Museum van Volkskunde in Bazel tentoongesteld worden. Genoeg historie. Het weer is er nog steeds niet echt naar. We kunnen de prachtige zonsondergang welicht vergeten. Jammer, maar helaas. Onze reisgids raadt ons aan een nachtje in Tikal te blijven logeren, net buiten het park. Vriend Toon raadt ons aan de nachtwakers te slim af te zijn en in het woud zelf te slapen. We kiezen met drie Duitsers en niet honderd procent overtuigd, uiteindelijk voor het laatste. Op die manier kunnen we voor dag en dauw uit de veren, het beste tijdstip om de jungle te zien en te horen ontwaken. Dat schijnt nogal een belevenis te zijn. Een half uurtje nadat we aankomen, trekken we het tropische groen in. We zijn nog maar net aan het stappen, of de vochtige hitte creeërt al zweetkanaaltjes op onze rug. We stappen stevig door. Temple IV, de grootste, hoogste en meest majestueuze, ligt nog op een half uur lopen en we willen op tijd zijn om de zon in het groene loof te zien zakken. Het geluk blijkt dan toch aan onze kant, want de wolken hebben plaatsgemaakt voor de zon. De volgende ochtend, na een meer dan verkwikkende nacht, kruipen we er om vijf uur uit. We gaan weer naar Tempel IV. De natuur ontwaakt langzaam, vogels beginnen vrolijk aan hun dagelijkse gezang, maar de howler monkeys blijken nog niet wakker. Wanneer we Temple IV bestijgen, blijkt heel Tikal in een dichte mist gevangen. Het geeft het complex een heel mysterieus uitzicht. Ondertussen ontwaken de eerste apen: ze stuiten een heel laag gegrom uit dat door het woud echoot. Het geluid zwelt aan en mondt uit in een luide grunt. Daarna is het eventjes stil, enkel een paar toekans en Quetzals laten van zich horen. De eeuwigdurend cirkel van dag en nacht is ook hier weer begonnen. Bovenstaand stuk zal samen met wat andere anekdotes/dagboekbladzijden ook in De Standaard verschijnen. We laten jullie nog wel weten wanneer.

Saskia en Sven
Livingston, Guatemala, 7 uur vroeger

Lees verder naar maandag 25 februari.

Terug naar de homepage van de Wereldreizigersclub.

© Alle teksten en foto's copyright Saskia en Sven 2000-2002.