Zondag 24 maart: Raskolnikov houdt van Hooverphonic

Beste lui,

Hoezee, hoera... de zon schijnt in het dal en de vulkanen in Antigua staan klaar om hun lava te spuien over al diegenen die proberen nog een keer een mens te beroven. Moet het nog gezegd dat een kleine beroving een mens eventjes doet stilstaan bij een aantal zaken? Ik denk het niet. Zaten we daar mooi in Guate-city, kutplaats der kutplaatsen (dat is heel wat) voor een nieuw paspoort. Het hele verhaal is te lang om uit de doeken te doen. Het kwam er gewoon op neer dat een telefoontje en wat sneller werk van de instanties in België ons vier dagen G-city zou hebben bespaard. En het feit dat Potter, Sven De, niet terug te vinden bleek (blijkt) in het register. Wat heb ik nu weer op mijn kerfstok? Tijd uitzitten, wachten op autorisatie van het thuisfront en huppakee een nieuwe pas. Opgemaakt te consulaat en dat stempeltje staat toch wel weer zo heel mooi. Afijn, mijn gemis in de computer van Brussel is nog niet opgeklaard maar dat zal me op dit moment een worst wezen. Nu ja, na al die poespas, sprongen we meteen op een bus naar Chiquimula om van daaruit naar ons aller heer Don Thomas Flixa Bargeld te rijden, in Copan, Honduras. Net over de grens. De man zat al met de handen in het weinige haar, had al duizenden steekhoudende theorieën verkondigd - zeer tot het plezier van zijn Hondurese medewerkers - over ons zijn en was blij, verwonderd en een beetje in de wind tegelijk dat we toch op zijn dorpel verschenen. De man heeft een heel goed draaiend ViaVia-cafeetje. Als een echte chef bestiert hij de boel, met vaste hand (soms wat wankel) en onder auspiciën van zijn aller Nathalie. Zoals het gaat: achter elke groot man staat een sterke madam. In Copan liep op dat moment de feria, een feestweek en meteen ook het superexcuus voor elke man daar om zijn machismo tentoon te spreiden; ofwel door het op een ongebreideld zuipen te zetten, ofwel door aan de andere macho's te tonen hoe goed ze stieren kunnen temmen. Verder in Copan hebben we niet zo heel veel uitgevroten, we waren er ook amper zes dagen. Beetje in de hangmat geluierd, gekletst en oude HUMO's gelezen. Afkomstig van alle troepen die huize ViaVia als tijdelijke stek kiezen. Ook nog kennisgemaakt met een paar boeiende mensen: Lieve en Dirk, Merelbekenaars met het hart op de juiste plaats en wijsheid op de tong, en Ellen en Gert, vrienden van vrienden, sympathieke landbouwingenieurs en doctorerende sujetten, met wie we de ruïnes hebben bezocht. In een hitte die niet echt te harden was en waar de heer en mevrouw E. en G. een paar mooie rode vlekken aan over hielden. En dankzij hen weten we nu ook alles van sprinkhanen en proteïne protease inhibihihidatdirototoren... juist. De avonden waren aangenaam en daar zal de rijkelijk geschonken Cuba Libre, Margarita en Salva Vida niet vreemd aan zijn. Een dag hebben we onze moegetreden leden gelaafd aan het vocht. Edoch, waarde zeeschuimers, sinds gisteren zitten we weer in Antigua. Gewapend met bajonetten en echte messen. Ze moeten het geen twee keer meer proberen ons het geld van tussen de billen te stelen. Koffie, zegt u? Wel, qua centroamerikaanse ligging kan dat wel tellen. Guatemala en Honduras zorgen toch wel voor een zeer lekker bakkie troost. Alleen bleek de koffie-oogst van dit jaar (of het vorige) niet echt gelukt. Wat zeggen we: er werd helemaal niet geoogst, wegens geen geld om de oogstkost te betalen. Wie daar verantwoordelijk voor was? Niemand minder dan de grootgrondbezitters hier die zowat alle macht hebben. In Guatemala zitten ze met hetzelfde probleem, alleen is het nog een graadje erger. De teugels zijn hier in handen van Portillo en Efrain Rios Montt, twee grote zakken. Aan de macht gekomen via een coup en nu nog steeds in het zadel. Moordenaars zijn het, zeker die Montt, die er zelfs trots op is. Hij heeft in het verleden zo'n vierhonderd dorpen platgebrand uit een soort van etnische zuiveringovertuiging. Ik vermoed dat we daar al eens iets over gezegd hebben, maar het blijft een vreselijk verhaal. Oh, toch nog even naar twee dagen geleden: we hadden gehoord dat er in Jocotan, een klein plaatsje ergens in het westen, een Vlaamsche zuster woont - in een congregaat met andere Vlaamsche zusters - die zich al veertig jaar inzet voor de armste mensen uit de buurt. Ze wordt dit jaar tachtig en wij vonden het natuurlijk heel boeiend die vrouw eens te bezoeken. We dachten een oud besje tegen te komen dat zich moest behelpen met een wandelstok, maar het tegendeel bleek waar: zuster Marcelina kwam kwiek als een twintigjarige de deur binnen en begon honderduit te vertellen. We hadden het even niet meer. Tachtig en zo vief als een veulen. Ze rijdt zelfs nog met de brommer naar alle dorpen in de buurt. Echt wel de moeite. Onbaatzuchtigheid kreeg een nieuwe invulling... En vandaag, wel, weer in Antigua dat er na onze vorige doorgang niet echt anders bijligt. Beetje drukker dan voorheen, maar dat heeft natuurlijk alles te maken met de heilige week hier. La Semana Santa, een aanloop naar Pasen, elke dag processies. We hebben er vandaag al eentje gezien. Jezus die de mensen aanspreekt en zegt dat ze braaf en zedig moeten wezen. Ondertussen wordt een passage uit de bijbel uitgebeeld. Fijn. En verder? Fons en Ilse weer tegen het lijf gelopen (leren kennen in Flores) en zij blijven hier ook een week. Over een aantal dagen komen ook Sandra en Javier naar hier afgezakt en Ellen en Gert, dus dat wordt wel een stevig Belgisch onderonsje. Straks weer wat processioneel doen, beetje eten, ijsje vreten en wellicht een plonsje wagen. Het ga jullie allen zeer wel. Que te vaya bien.

Love amor,

Saskia en Sven
Antigua. Guatemala 7 uur vroeger

Lees verder naar maandag 25 maart.

Terug naar de homepage van de Wereldreizigersclub.

© Alle teksten en foto's copyright Saskia en Sven 2000-2002.