Dinsdag 27 februari (deel II)

Enkele dagen hebben we in Bhuj, Anjar en de omliggende dorpen doorgebracht en we hebben heel wat ellende, maar ook heel veel levensvreugde gezien. Mensen die alles verloren hebben, maar de toekomst toch niet zwart inzien en zich gelukkig stellen met een portie bloem, melkpoeder, wat groenten en rijst. Bovendien bleken de vrouwen uit het juiste tropische hout te zijn gesneden, want het waren zij die de sfeer erin hielden. Zingen en de hulp van de goden aanroepend tijdens het chapathi maken, het is iets wat je niet vaak ziet. In die twee dagen tijd hebben we een stukje van het land ontdekt dat normaal gezien niet op onze weg zou liggen. Een jeep bracht ons tot bij de grens van Pakistan, in een streek die de Rann of Kutch heet en waar nog stammen en nomaden leven als honderden jaren geleden. Ook zij hebben de aarde voelen trillen en een aantal van de dorpjes hebben heel hun industrie tussen de brokstukken zien verdwijnen. Normaal gezien houden die mensen zich bezig met het maken van heel fijn borduurwerk, embroidery met spiegeltjes, en hoeden ze geiten. De geiten lopen nog steeds door het barre land en geloof me, ze zijn zo nodig nog gekker dan de koeien. Maar veel van de grondstoffen die gebruikt worden voor het maken van de knappe borduursels, zijn niet meer voorhanden. In het dorpje dat wij bezochten was de ravage niet zo erg. Twee lemen hutten hadden de schokken niet overleefd, maar de dorpelingen hadden de handen zelf al uit de mouwen gestoken en waren zelf al bezig de hutten weer in hun oorspronkelijke staat op te bouwen. Geen geklaag, gezucht of gesteun, maar moed en levenskracht. We hebben er trouwens wat zaken gekocht binnen een maand of twee te bezichtigen in La Rasp en er iets te veel geld voor neergeteld, maar voor deze keer kon het ons niet echt schelen. Die mensen hebben het geld meer dan nodig.... Wat meer naar het zuiden ligt Mandhvi, waar men schepen maakt. Wat is daar nu aan? We horen het jullie al denken, maar die schepen zijn echt mega. Houten mastodonten, een beetje als de ark van Noach, die eerst in het zand uitgetekend worden en dan in een paar maanden tijd in elkaar gestoken worden en dat volgens procedes van een paar eeuwen oud. Het was alleszins de moeite en iets dat we anders niet gezien zouden hebben. Mandhvi was het einde van de puinstruintocht. Nu Mumbai dus, waar we, je gelooft het of niet, weer in een film zitten. Het vehikel heet Ajnabee en wordt gedragen op de rug van de uiterst sympathieke geweldig bekende en fantastische acteur Ashkar Kumar. Een film waar ze zo'n zestig buitenlanders voor nodig hebben, en dat elke dag, een hele week lang. Het verhaal speelt zich af in Zwitserland en de westerlingen moesten gisteren doen alsof ze zich in een bar aan het amuseren waren. Niet zo heel erg moeilijk, want de setting was hilarisch. De muren van het etablissement waren versierd met hardrocktekeningen in de trant van Conan the Barbarian, en leken op de stickers de autocollans, in 't Gents, die je kunt winnen als je in een schietkraam een paar punten bijeen sprokkelt. Hilarisch gewoon. De regisseurs zelf bleken twee in het wit gestoken en gebrilde serieuze Indiërs, die wellicht zelf geloofden dat ze iets wereldschokkends deden. Het was alleszins de moeite, en wat meer is, we kregen elk 500 roepies. Mooi meegenomen. Vandaag van hetzelfde laken een pak.... Mumbai, nog een paar dagen en het voelt een beetje alsof een bezoek aan deze stad (voor de tweede keer, de eerste keer konden we hier niet snel genoeg weg zijn) een streep trekt onder drie maanden zuiden. Het lijkt alsof we maandag naar een ander land gaan, één waar kamelen het voor het zeggen hebben, waar vrouwen niets mogen en waar toast, butter, jam zo vreemd klinkt als Russisch in IJsland. Enfin, het wordt alvast weer een boeiende belevenis. Ons signed out en kust jullie op het bolle hoofd.

Saskia
Sven

Lees verder naar vrijdag 9 maart

Terug naar de homepage van de Wereldreizigersclub.

© Alle teksten en foto's copyright Saskia en Sven 2000-2001.