|
Vrijdag 28 september: Radio Triple J (deel II) Maar dan, oh heer, kwam het grote gevaar, of nee, kwamen wij terecht in Albany – Albanie voor de echten – voor wat onvervalst whale-watchen. Amai, stonden wij daar heel mooi op een plaatsje op het strand te kijken naar walvissen (die bijna echt aan wal kwamen, al weten we nog altijd niet waarom ze vissen genoemd worden. De bioloog die ze die naam gegeven heeft zal zich nu wel de nagels stukbijten. Het zijn en blijven zoogdi eren…) in de branding. Wat een gigantische beesten,…spelend in het zilte nat, jagend op tonnen plankton. De grootste die zich voedt met de kleinste organismen, het zit toch soms heel ingenieus in elkaar, dat natuurleven. Albany, het was een aangenaam stadje. We hebben er zelfs de film Artificial Intelligence meegepikt, als enige bezoekers van de cinema. De man aan de kassa bleek er niet echt mee opgezet, want hij moest de film enkel voor ons starten. Tja, zoek een andere job, klojo. Edoch, voor de derde keer, het moest verder: richting Adelaide, en dat lag toch nog zo’n paar duizend kilometer naar rechts. Eerst nog via Esperance (zo genoemd, naar het schip dat da ar eerst op de klippen liep), een liefelijk oord, met heel mooie stranden, zeehonden en walvissen, en een paar dagen voor Sas’ dertigheidheid. Meteen de reisgenoten opgetrommeld voor een fotosessie en wat andere verrassingseffecten, want la Sas mocht niets weten. We hebben haar een paar uur aan het bed vastgebonden, met een prop in de mond, kwestie van alles een beetje spannend te maken. Tja, voorbereiding van een feestje vraagt nu eenmaal om een paar maatregelen. Esperance, we konden er langer blijven, maar Nullarbor riep ons. 1700 kilometer, van Esperance tot Ceduna, met daartussen: niets. Nullarbor, geen bomen, enkel struikjes. Drie dagen op de Eyre-Highway, en dat was quite a trip. Kijk, die snelweg ligt er pas in zijn/ haar volle glorie sinds 1976. Na Nullarbor, in het kleine plaatsje Ceduna beland, waar niet echt heel veel viel te beleven. Behalve natuurlijk Sas’ verjaardag. Dreissig Jahre, …en je kunt het al beginnen zien: kraaiepootjes, voorovergebogen lopen met een stokje, tanden die niet meer meewillen, en vreemde uitlatingen over WO II. Tja, ouderdom. Trouwens, tanden… tja, morgen gaan we hier in Adelaide naar de tandarts, want dat moet er toch ook eens van komen. As we Centraal-Amerika willen aandoen, zullen we dat toch wel met een gezonde bak ivoor moeten doen. Over ivoor gesproken, Cape Labatt zat er vol van. Of nee, dat waren zeehonden, maar ik moet de deze twee gedachten toch wel met iets aan elkaar linken. Het was er mooi, winderig – waar zelfs ik niet tegen opkon – en zeehondelijk. Chien de Mer. Juist. Luie beesten die lagen te zonnen. Net goed. En dat allemaal in een National Park. Och, en ik zou nog andere hoogtepunten vergeten: picnicken in de Stirling Ranges, tussen de gele bloemen, de wildflowers… echt wel heel erg de moeite. Natuurlijk kunnen we het gevoel van de outback, het zitten in de wagen, ons gevoel van rijdend sujet niet echt overbrengen, maar laat ons duidelijk wezen: het is echt wel top. We voelen ons toch wel een beetje als ontdekkers – al gaat het maar om de dingen die wij herontdekken; wat anderen ons vňňr hebben gedaan. De nationale parken liggen hier ook wel heel dik bezaaid: het laatste wat we bezocht hebben, Flinders Park, gaf ons knappe Aboriginal-carvings. En een heuse klapband. Ja manneke. Kijk, de full-service-kerel in Perth had me wel verteld dat de linkerachterband van de wagen aan vervanging toe was. Tja, maar het kon wel nog even wachten. Adelaide bleek de perfecte gelegenheid, maar daar dacht de band anders over: op weg naar Flinders ging het plots van KLAPKLAP. Eerst dacht ik aan een applaus voor mijn stuurmanskunsten, maar het bleek geëxplodeerd rubber. Wij dus na ar Quorn (niet het vleesvervangend voedsel, maar het stadje) waar ik meteen twee nieuwe banden op ons voituur liet steken. Hey, safety goes for everything (slecht Engels, juist). Terwijl de bandenspecialist zijn werk deed, hebben wij ons gelaafd aan lekkere taart, koffie en verse salade. En nu rijdt het vehikel weer blij door het landschap. Enfin, we hebben wel nog een achterlicht nodig (de lenskap) en een buitenboorspiegel, dus dat moet nog effe wachten. Een mens blijft bezig. Lees verder naar maandag 8 oktober. Terug naar de homepage van de Wereldreizigersclub. © Alle teksten en foto's copyright Saskia en Sven 2000-2001. |