Cuba Dagboek

MAANDAG 30 JANUARI

Vanochtend kon ik al een beetje ervaren hoe het voelt om een authentieke Cubaan te zijn. Maar liefst anderhalf uur moest ik wachten in een rij voor een bank, voordat ik mijn travellers cheques kon verzilveren. De hele dag zie ik overal rijen om me heen, van Cubanen, wachtend voor de deur van een winkel of een of ander vaag kantoor. Voor een brood sta je al snel twee uur in de rij, vertelde Norlis me. In tegenstelling tot de Cubanen had ik een 500 bladzijden tellend boek bij me om de tijd te doden. Bij een gebrek aan boekhandels en vrij verkrijgbare boeken, begrijp ik dat van die Cubanen wel. Aan het begin van de middag liet ik Trinidad per bus achter me, op weg naar Santa Clara. De airconditioning was stuk en toen bleek het opeens warm in het vehikel. Norlis had een ‘goed adresje’ voor me geregeld in Santa Clara, iemand die hij kende van zijn netwerk van casa particulares in Cuba. Als je eenmaal in zo’n netwerk zit, kom je er niet snel meer uit. De gedachte is dat men elkaar helpt in de verschillende steden en zo genoeg gasten krijgt om rond te komen. Nou, ik ben bij de eerste keer al uit dit netwerk geraakt, onvrijwillig welteverstaan. Normaal gesproken wordt je door je nieuwe gastgezin opgehaald op het busstation, maar eenmaal in Santa Clara stond er niemand met een papiertje met ‘Eric Wendel’ erop. Wel stonden er een stuk of twintig mannen en vrouwen die me het kaartje van hun casa onder mijn neus duwden. Lang leve de concurrentie! ‘Roberto’, schreeuwde ik uit, de naam van mijn nieuwe gastheer. Roberto reageerde niet, maar wel twintig mensen die Roberto meenden te kennen. Met de paardentaxi, een paard met een houten kar erachter, ging ik naar het adres van Roberto. Daar was geen Roberto, maar wel een vrouw die zei dat Norlis een fout had gemaakt en dat haar casa al vol zat. Heel toevallig zat er een vriend bij haar in de kamer, een van de twintig figuren die me op het busstation lastigvielen, die nog wel een buitenlandse gast kon gebruiken. (Hij was me op z’n fiets vooruitgesneld toen hij me tegen de paardentaxichauffeur het adres hoorde zeggen – wel slim.) Het is lang niet zo’n mooie plek als in Trinidad en wel voor hetzelfde geld, maar toch doe ik het er maar voor. De eigenaar is een op het eerste gezicht vriendelijk mannetje die veel zorg heeft besteed aan zijn gastenkamer, maar bedrogen voel ik me wel. Hij en zijn vrouw spreken alleen Spaans, dus veel converseren zal er niet bij zijn. In de avond besloot ik een restaurant op te zoeken en kon ik me eindelijk weer eens aan een (veel te kleine) pizza laven. Mijn koppijn na het gedoe met de casa’s dronk ik weg in een bar die er een beetje authentiek uitzag: La Marquesina, met meer Cubanen dan toeristen. Uiteraard trad er weer een muziekgroep op, dit keer een vijftal oude mannen die bekende nummers uit het salsarepertoire ten gehore brachten. Zo te zien staan ze elke avond in deze bar, en dat zeker de afgelopen vijftig jaar.

> Lees verder naar dinsdag 31 januari

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by