Dagboek van Egypte

Vrijdag 22 september

Ik heb dertien keer afgedongen, ik ben acht keer afgezet, ik heb tweeëntwintig keer mijn portemonnee getrokken en ik heb drieënvijftig Egyptenaren van me af geslagen. Kortom, ik heb vandaag de Vallei der Koningen bezocht. Goh, wat kostte met het een moeite te genieten van de pracht en praal die de farao’s midden in de woestijn uit de zandsteenrotsen hebben gehakt, terwijl ik continu werd omringd door vervelende mannetjes die nauwelijks waren weg te slaan. Baksheesh en money, dat is het enige waar de Egyptenaren aan lijken te denken. En ze leken het vandaag allemaal juist op mijn portemonnee te hebben gemunt. Geen seconde buiten op straat werd ik alleen gelaten – het was een verschrikking. Ik zag er daarom enorm tegenop deze zwerm van toeristentreiteraars tegemoet te treden, maar gelukkig werd deze last deels gecompenseerd door de fraaie tombes die de farao’s hebben achtergelaten. Sommige tombes waren wel honderd meter diep, vol met prachtige schilderingen op de muren en het plafond. Daar beneden diep in de rots was het ook extreem heet en vochtig, dus mijn zoutgehalte is in korte tijd flink gedaald. Na deze vallei vertikte ik het om wederom mijn portefeuille te trekken voor een taxichauffeur met dollartekens in zijn ogen, dus op het heetste moment van de dag wandelde ik naar de Hapsehut-tempel, dezelfde plek waar in 1997 ruim vijftig toeristen in koele bloede door terroristen zijn vermoord. De tempel zelf was niet zo bijzonder, maar tijdens de wandeltocht door het bergachtige woestijnlandschap was ik even alleen. Ik kon drie kwartier lang genieten van de omgeving zonder dat ik iemand tegenkwam. Eenmaal bij de tempel werd ik niet alleen overvallen door souvernirverkopers en taxichauffeurs, maar ook door honderden kleine woestijnvliegjes die me venijnige bultjes toebrachten op mijn gezicht, mijn benen en mijn armen. Ik ben blij dat ik Luxor morgen verlaat.

Lees verder naar zaterdag 23 september.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by