Dagboek van Afrika

Woensdag 11 februari

Stijf van een kater werd ik vanochtend wakker. Mijn hoofd klopte als een bezetene heen en weer. Ik weet niet meer hoeveel liter bier ik gedronken heb, maar teveel was het in ieder geval wel. Ach, één keer dronken worden moet kunnen. Het viel echter niet mee om fit en opgewekt te zijn voor Mitu’s Spice Tour, waarvoor ik al om negen uur werd opgehaald. Deze kruidentoer is vrijwel een must voor iedereen die Zanzibar bezoekt. Mitu is een energieke 90-jarige Indiër die al 40 jaar lang dit soort dagtrips organiseert. Met een bont gezelschap reizigers zaten we in een soort uitvergrote openluchttaxi: drie Australische stelletjes die bezig zijn met hun wereldreis, een Brits paar, twee verschrikkelijk zwetende Britse jongens, een Britse milieufanate en een verlegen meisje uit Hongkong. Zoals vanouds een hoog Angelsaksisch gehalte. We reden naar de plantage van de zoon van een neef van Mitu en ik zag en proefde allerlei exotische kruiden waarvan ik niet wist dat ze bestonden en waarvan ik de namen ook nooit zal onthouden. Sommige kruiden komen uit vruchten die van binnen echte kunstwerken zijn, met allerlei felle kleuren. Natuurlijk zat er een lunch bij de trip inbegrepen, bestaande uit een rijstmaaltijd waarvan ik veronderstel dat alle kruiden die ik eerder heb geproefd (en soms heb uitgespuugd) erin zijn verwerkt. Na wat oninteressante ruïnes en een grot kwam voor ons allen het hoogtepunt van de dag: een duik in het warme water van de Indische Oceaan. Vooral om het zweet van ons af te spoelen, maar ook om uit te rusten. Zo’n kruidentoer is doodvermoeiend. Met de Italiaan en de Zwitser van gisteravond weer wat gedronken en gegeten, ditmaal in aanvaardbare hoeveelheden. We sloten de avond af in de bar Le Pecheur, waar best wel knappe Zanzibarese prostituées ons kietelden, op onze schoot gingen zitten en ons lastig vielen.

Lees verder naar donderdag 12 februari.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by