Dagboek van Afrika

Zaterdag 14 februari

Vroeg opgestaan, maar ik had er geen problemen mee. Ik heb me al helemaal aangepast aan het Afrikaanse levensritme van slapen als het donker wordt en opstaan als het licht wordt (om respectievelijk tien uur ’s avonds en acht uur ’s ochtends). Dat is wel wat anders dan het leven in Amsterdam. Ik nam een zogenaamde ‘expresbus’ naar Moshi. De wegen waren verbazingwekkend goed, alleen was de chauffeur mentaal gestoord zodat het een ouderwetse kamikazerit werd. Na ongeveer zeven uur lang racen verlaagde de buschauffeur het tempo naar 20 kilometer per uur, zodat mijn bus plots een lokale lijnbus werd. Om de tien meter werd er gestopt om mensen in en uit te laden. Tijdens de busrit kreeg ik een beter idee van de armoede in dit land. Er zijn mensen die arm zijn en er zijn mensen die het armoedig hebben. Ik zag bijna geen huis dat van steen is gebouwd. Ik zag mensen die vervuilde en gescheurde kleren dragen met Chicago Bulls als opdruk. Bij elke stop vochten jongetjes om de bagage te dragen van de mensen die in- en uitstapten, en smeekten dan om wat geld. Ik zag medepassagiers, zelf ook niet rijk, die hun argeloos een munt van honderd shilling toeworpen. Zodra iemand vanuit de bus wat eten wilde kopen, verdrongen en vochten jongetjes om hun waren te slijten. Velen zijn de wanhoop nabij als ze niets verkocht hebben die dag, en lijken dus iets te willen verkopen tegen élke prijs. Ook zag ik bij elke ‘bushalte’ tientallen jonge mannen staan, die daar waarschijnlijk de hele dag staan en hun geld proberen te verdienen met het regelen van zaakjes voor anderen, waardoor ze commissie krijgen. Veel werk is er niet voor hun, en de concurrentie is zeer fel. Ik weet vrijwel zeker dat ze een armoedig bestaan lijden. Om half vijf kwamen we aan in Moshi, waar ik een nieuw, fantastisch mooi en goedkoop hotel vond aan de voet van de Kilimanjaro.

Lees verder naar zondag 15 februari.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by