Dagboek van Afrika

Donderdag 22 januari

Wel even wennen, zo opeens in de tropen. Vrij warm, overal muskieten en hier en daar een kakkerlak wandelend over de vloer. Hoop lawaai buiten van toeterende auto’s, harde muziek, schreeuwende mensen en bouwwerkzaamheden. Chaos in de straten, vol met pikzwarte Afrikanen en aftandse auto’s op wegen vol gaten. De felle zon scheen op mijn witte gezicht toen ik voorzichtig de eerste schreden buiten zette, van top tot teen erop voorbereid dat ik beroofd zal worden. Ik had er wel alles aan gedaan om dat tot een minimum te beperken. Geen horloge en sieraden (die ik sowieso al nooit draag), geen zichtbare moneybelt en geen rugzakje. Vooral dat laatste miste ik. Geen water om de dorst te lessen, geen fototoestel om “Nairobbery” voor eeuwig op de lens vast te leggen en geen Lonely Planet-gids met plattegrond om te weten waar ik me bevind. Ik heb dus maar wat rondgedoold in het centrum van Nairobi, om me heen kijkend naar mogelijke overvallers. Het viel me op dat iedereen vrij schichtig om zich heen keek en dat er nauwelijks andere blanken op straat liepen. Het hulpje van de taxichauffeur van gisteren kwam ik wel een aantal keren “toevallig” tegen, me onderwijl lastigvallend met een safaritocht die ik moet maken. Ik kon hem moeilijk van me af schudden. ’s Avonds ging ik met de Sloveen met wie ik de kamer deel, Primoz, eten in een Italiaans restaurant vol met westerlingen. Vreemd genoeg was mijn eerste maaltijd in Kenia een pizza. Na het eten dachten we het kleine stukje naar ons hotel in het donker wel te voet te kunnen afleggen, maar we werden meteen achtervolgd door drie mannen. Een straat verder snel een taxi ingedoken. Het zag er angstig uit in de straten. Ik ben niet beroofd vandaag.

Lees verder naar vrijdag 23 januari.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by