Dagboek van Afrika

Dinsdag 27 januari

Wat me opvalt is dat de medewerkers in de wat duurdere hotels en restaurants zo verschrikkelijk onderdanig zijn tegenover blanken zoals ik. Ook in het Waterbuck Hotel waar ik nu verblijf houden ze continu de deuren voor me open, vragen ze constant of alles naar wens is en rennen ze zich rot om drankjes en maaltijden te serveren. Ze lopen er ook ontzettend netjes bij. Misschien hebben ze dit overgehouden aan de Britse koloniale tijd. Nu ik dit aan het schrijven ben (tijdens het ontbijt de volgende dag) is de ober bijvoorbeeld een krantje voor me aan het kopen. Het is een heel verschil met Nederland, waar je lang moet wachten en op je knieën moet liggen om iets te mogen bestellen. Vanochtend dus naar het Nakura Nationaal Park. Dit reservaat is beroemd om zijn zoutmeer met zijn flamingo’s, waarvan we er duizenden zagen. Maar ook kwamen we in een flits een neushoorn tegen, die vlak voor ons de weg overstak. Later zagen we in de verte in het gras nog twee neushoorns liggen. Dit mag je wel een unicum noemen, aangezien deze beesten aan het uitsterven zijn en er in heel Kenia nog maar 500 van bestaan. John had het na een uurtje wel gezien, dus ’s ochtends rond een uur of tien was ik weer terug in mijn hotel. De Nieuw-Zeelanders en de Brit gingen verder met hun toer. Een georganiseerde trip is wel makkelijk, maar met niet zo’n leuk gezelschap is het wel weer heerlijk op jezelf te zijn. Eindelijk lekker uitrusten en doen waar ik zelf zin in heb! Ik heb een beetje door het stadje Nakuru gekuierd en een paar uur in een koffieshop het lokale krantje gelezen. Na drie bezoeken aan het postkantoor lukte het me een telefoontje naar Nederland te plegen. ’s Avonds lekker luxe gegeten in het duurste restaurant van de stad, waar ik de enige gast was. Ook in Nakuru is het niet veilig in het donker op straat te lopen, dus met een taxi terug naar m’n hotel. Ik zal er maar aan moeten wennen.

Lees verder naar woensdag 28 januari.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by