Dagboek van Afrika

Donderdag 29 januari

Deze dag was dus niet net als alle andere. Door hier en daar rond te vragen kwam ik er al snel genoeg achter dat er weer geen bussen reden en de sfeer nog steeds gespannen was, hoewel sommige winkels alweer geopend waren. Ik wilde echter weg, en zo snel mogelijk. Ik had geen zin weer de hele dag in het hotel opgesloten te zitten. Ik las in de krant dat er in het gebied waar ik oorspronkelijk heen wilde ook problemen zijn, dus mijn plan is zo snel mogelijk naar Nairobi te reizen en deze regio de rug toe te keren, hoe mooi de natuur ook is. Ik wil niet verder in allerlei stammenoorlogen verzeild raken. Ik heb de Nederlandse ambassade gebeld, die zeiden dat ze niks konden doen maar ze adviseerden me zo snel mogelijk naar Nairobi te komen. Hoe kom ik daar? Ik zat eraan te denken te liften, maar eerst probeerde ik toch nog of er bussen reden. Met een dure taxi naar het busstation, dat nog steeds stil en verlaten was. Overal groepjes agressief ogende jongeren en veel politie en militairen op de been. Volgens de taxichauffeur zouden buiten de stad een paar minibusjes stoppen, wat inderdaad het geval was. Op een grasveldje was een soort mini-busstation gecreëerd waar mensen nerveus heen en weer liepen en een aantal trucks met militairen met machinegeweren werd uitgeladen. Maar ik zat eindelijk in de bus, op weg naar Nairobi en weg uit dat bijna exploderende Nakuru. Onderweg zag ik nog vele legertrucks en tanks richting Nakuru marcheren. De busrit was een ouderwetse lijdensweg. Na zoveel gereisd te hebben, kon ik me nauwelijks indenken dat er nog ergere busritten bestaan. Er zaten ongeveer 28 mensen in het 9-persoons minibusje. Waar normaal gesproken drie volwassen mensen naast elkaar kunnen zitten, zaten nu vijf volwassen Kenianen en ik, waarbij ik bovendien op mijn schoot werd opgezadeld met een klein meisje. Na tien minuten op weg had ik het warm, had ik kramp in mijn benen, sliepen mijn voeten en had ik behoefte aan frisse lucht. Daarbij had de chauffeur zelfmoordneigingen. Hij deed een spelletje om tegenliggers nét niet te raken. Zodra er een auto van de andere kant kwam reed hij er recht op in, op de verkeerde weghelft dus, om pas op het allerlaatste moment naar de goede weghelft uit te wijken. Maar goed, ik kan het navertellen, dus ik heb het overleefd. Ik heb er alleen barstende koppijn aan overgehouden, wat ik ’s avonds nog probeerde te verergeren in de bar beneden mijn hotel. Met een Keniaans biertje onder handbereik ging ik in discussie met twee dronken hotelmanagers, die niet geloofden dat ik journalist was en níet over het stammengeweld in Kenia ga schrijven. In Rwanda lagen journalisten ook te zonnebaden terwijl er lijken door de rivier dreven, zeiden ze. Tsja….

Lees verder naar vrijdag 30 januari.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by