Dagboek van Afrika

Donderdag 5 februari

Zoals vanouds moest ik vannacht weer inventief zijn om van een goede nachtrust te genieten. De fan in mijn kamer maakte een ongelofelijk irritant klik-klik-klik geluid. Om van die herrie af te komen kon ik alleen maar de fan uitzetten, maar toen lag ik badend in het zweet op m’n bed en waren mijn onderlaken en kussen in een mum van tijd drijfnat. Ik had het gevoel alsof ik levend in een oven werd gestopt. Het was bloed- en bloedheet in mijn kamertje ter grootte van een gemiddelde gevangeniscel in een derde wereldland. In de grote kamer naast mij, die leeg was, werkte de fan wél goed en geruisloos. Om middernacht besloot ik om daar op bed te gaan liggen, wat een stuk beter was uit te houden. Vanochtend vroeg sloop ik weer terug naar mijn eigen kamer. Net op tijd, want ik had nog maar net de deur dichtgedaan of er kwam een schoonmaakster aangelopen. Om acht uur in de ochtend zou ik opgehaald worden door iemand die me naar Jambiani Beach zou brengen, maar in plaats daarvan eindigde ik in het kantoortje waar ik gisteren geboekt had. Iemand was me met zijn busje vergeten op te halen. Breng me naar het strand, of geef me mijn geld terug, zei ik tegen de man in het kantoortje. Met tegenzin heeft hij me toen met zijn jeep naar het dorpje Jambiani gebracht, ongeveer zestig kilometer van Stone Town en aan het andere uiteinde van Zanzibar. Zo’n groot eiland is het niet. Dit is precies het tropische paradijs zoals ik het had verwacht. Wuivende palmbomen, een wit strand, warm en kristalhelder water en een briesje vanuit de zee (dat later op de avond in een storm veranderde). Mijn semi-bungalow grenst direct aan het strand en ik hoef maar een paar meter te lopen om een duik te nemen in de Indische Oceaan. Afgezien van enkele grote kakkerlakken is er in mijn hotel niemand die me gezelschap houdt. Waar is iedereen plotseling gebleven????

Lees verder naar vrijdag 6 februari.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by