Dagboek van Afrika

Zaterdag 7 februari

Ik weet niet of ik onrustig begon te worden of het hotel een goede daad wilde bewijzen, maar vandaag doorbrak ik het relaxte, vertrouwde dagritme van niks doen en nog eens niks doen. Ik ben meegeweest met een zogenaamde dolfijnentoer. Het leek me wel leuk tussen vrolijke dolfijnen te zwemmen, al kostte het me het nodige geld (vijftien dollar). Met een paar andere toeristen en een hoop lokale mensen werden we in een veel te kleine jeep gepropt, en reden we al hobbelend over een zeer slechte weg naar de zuidkust van Zanzibar, ook wel dolphin coast genoemd. In een gammel houten bootje gingen we de open zee op, op zoek naar de dieren. Eindelijk weer eens met andere reizigers praten na drie dagen van isolatie van mijn soortgenoten (ook vandaag ben ik de enige in mijn hotel). Het bootgezelschap bestond uit een Amerikaans echtpaar dat in Oeganda woont, drie Italianen die nauwelijks Engels spreken en een rijke Indiër met zijn minnares. Na een uur over de golven te staren zagen we de eerste vinnen boven water, en even later sprongen drie dolfijntjes galant door de lucht. Ze hadden een chocolade-achtige kleur. Ze waren vrij schuw, dus tussen hen in zwemmen was er niet bij. Later mochten we gaan snorkelen en zag ik verscheidene kleurige vissen voor het eerst van mijn leven, waaronder een vis met een zebrapadpatroon die steeds richting mijn duikbril zwom. Na een droge lunch van rijst en vis (hoe kan het ook anders) werden we weer bij onze hotels gedropt. Wat mij betrof was de dag zo goed als voorbij, maar een tweetal hulpjes van het hotel hadden zin in een goed gesprek. Ik weet nu heel wat meer over het leven in Zanzibar, dat veel harder is dan ik dacht. Ze moeten jaren sparen om een stuk land te kopen, waarna ze er jaren over doen om hun eigen huis te bouwen. Ze verdienen 10.000 shilling per maand, ongeveer 360 gulden per jaar.

Lees verder naar zondag 8 februari.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by