Dagboek van Maleisië

Woensdag 10 maart

Met nauwelijks een oog te hebben dichtgedaan, landde ik om half drie ’s middags (Maleisische tijd) op het nieuwe, hypermoderne vliegveld van Kuala Lumpur. Het vliegveld zelf was echt een sterk staaltje van de oppervlakkige glorie en imitatieglans waarmee zoveel van de zieke Aziatische tijgers vergeven zijn. Veel kunst, veel glas, veel glinsterend metaal en alles super-efficiënt en uiterst verzorgd ingericht. Met een automatisch voortgedreven luxe monorailrijtuig werd ik van de gate naar de douane gebracht. In een flits was ik door de paspoort- en bagagecontrole heen. Ik had nog niet echt last van de jetlag en voelde me zelfs redelijk uitgeslapen, dus in plaats van een taxi nam ik de bus naar het centrum van de stad. Onderweg naar Kuala Lumpur kwamen we in een hevige stortbui terecht en werd onze bus geraakt door de bliksem. Welkom in Maleisië! Eenmaal in de stad werden ik en mijn rugzak overgeladen op een shuttle bus, die me naar mijn gereserveerde hotel zou brengen. Terwijl we vastzaten in het verkeer, begon de moeheid langzaam toe te slaan. Tegen zessen – ik was ondertussen al zo’n 19 uur onderweg sinds ik in Nederland de voordeur achter me dicht gooide – kwam ik eindelijk aan in Hotel Nova. Zowaar bleek mijn reservering via internet te zijn doorgekomen. Eerst een dutje doen, een heerlijke warme douche nemen en langzaam vanuit mijn hotelkamer over de stad kijken. Er even aan wennen dat ik in een ver Aziatisch land ben. Dat proces maakte ik ook door toen ik te voet even de buurt ging verkennen. Ik rook letterlijk weer het Azië van mijn tijd in Thailand, Vietnam en China. Het kwam me allemaal zo vertrouwd voor. De etensgeuren, de vele modern geklede Aziaten overal, de neonverlichting, de drukte in smalle straatjes met etenshuisjes en winkeltjes, het drukke verkeer in de brede straten met wolkenkrabbers en de zwoele, overweldigende warmte.

Lees verder naar donderdag 11 maart.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by