Dagboek van Maleisië

Vrijdag 12 maart

De jetlag speelde me nog parten vannacht. Ik had moeite om in slaap te komen en om wakker te worden. Mijn lichaam gedroeg zich nog steeds alsof het zes uur eerder was. Zo snel mogelijk het lokale levensritme adopteren, luidt het advies, dus moe opgestaan om kwart over elf. Ik heb ontbeten in een Franse koffieshop die ik gisteren had ontdekt – na slechts een paar dagen in Azië ben ik er nog niet aan toe meteen een bord rijst als ontbijt te nuttigen. Gelukkig was ik vroeg genoeg uit mijn nest om de zon nog mee te maken, voor slechts twee uurtjes. Daarna begon de regen weer met bakken tegelijk uit de hemel neer te dalen, maar toen was ik net bij het Nationaal Museum gearriveerd. Ook hier was het tourist season duidelijk nog niet aangebroken, want behalve door mijzelf werd het museum alleen bevolkt door twee blanke zakenlieden en een buslading Japanners. Aan de regen kan het niet liggen, want volgens de statistieken valt hier elke maand dezelfde hoeveelheid water naar beneden. Aan de economische crisis kan het ook niet liggen, want door de devaluatie van de ringgit is Maleisië nu extreem goedkoop. Het heeft er waarschijnlijk mee te maken dat in het westen de meeste mensen in de zomermaanden op vakantie gaan, ongeacht het weer op de plaats van bestemming. Ik vond het Nationaal Museum wel grappig, vooral de witte wassenbeelden poppen die Maleisische stamleden moesten voorstellen en de speciale tentoonstelling over het plegen van overspel in het huwelijk, met een duidelijke knipoog naar de misstanden in het westen. Later in de middag bezocht ik het stedelijke park van Kuala Lumpur, waar ik oog in oog kwam te staan met twee één meter grote, geelzwarte hornbills met een enorm lange snavel. Zij probeerden mijn hotdog te pikken die ik op dat moment aan het eten was.

Lees verder naar zaterdag 13 maart.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by