Dagboek van Maleisië

Donderdag 18 maart

Het weer zit me niet mee in Singapore. Alle dagen dat ik hier ben is het bewolkt en ook vanochtend keek ik tegen een grauwe lucht aan toen ik de gordijnen openschoof. Zo nu en dan valt er een hevige plensbui naar beneden. Omdat Singapore zo duur is, heb ik mijn activiteiten voornamelijk beperkt tot het rondwandelen in de stad. Tegen de tijd dat de Singaporezen gaan lunchen, is het voor mij tijd voor een cappuccino met cheesecake in een van de vele koffieshops die dit land rijk is. Mijn collegatoeristen zijn vooral gezette Amerikanen en Britten, die met hun dikke pens en wijde korte broek tot de knieën eruitzien als dwergpinguins. Het valt me op dat vrijwel elke westerse man van boven de veertig geen nek meer heeft. Na mijn ‘lunch’ ging ik naar het duurste hotel van Zuid-Oost Azië. Niet om er te slapen, maar om me te vergapen aan de luxe en de grandeur van het Raffles Hotel (en om me vervolgens te vergapen aan de mensen die het zich kunnen veroorloven om hier te slapen). De goedkoopste kamer kost al een paar duizend gulden per nacht. Het hotel straalt in optima forma de pracht en praal uit van de ouderwetse, koloniale tijd. Toen ik even de lobby betrad, werd ik meteen weggekeken door de geüniformeerde Sikh-bediendes die bij de ingang de wacht hielden. En ik had nog wel speciaal mijn lange broek aangetrokken. Daarna naar Marjorie en Sebastian, een Servas-stel die eigenlijk geen tijd hadden om me te ontvangen. Sinds enkele maanden hebben ze hun eigen café en moeten dus elke dag werken van elf tot elf. Maar voor een uurtje mocht ik wel langskomen in hun ‘Adventure Café’. In die korte tijd konden ze me een klein beetje vertellen over het leven in Singapore, maar de meeste informatie had ik al uit de Lonely Planet-gids gehaald. Sebastian openbaarde me wel dat omdat Singapore zo veilig is, ze niet alleen in het buitenland durven te reizen.

Lees verder naar vrijdag 19 maart.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by