Dagboek van Maleisië

Zaterdag 20 maart

Om één minuut voor negen zat ik in de bus, op weg naar Kuantan in Maleisië. Wel op tijd, maar ik heb me behoorlijk moeten haasten. Ik zat nog maar net, of de bus scheurde weg. Het duurde een lange tijd voordat we de grensovergang met Singapore waren gepasseerd. De douanebeambtes waren zeer traag met het bekijken van de vele paspoorten van de mede-buitenlanders die in mijn rij voor me stonden. In mijn geval duurde het vijf minuten voordat de controleur een plekje in mijn paspoort had gevonden om een stempel neer te zetten. De rit langs de oostkust ging iets minder soepel dan ik aan de westkust was gewend. Ik zag duidelijk dat het oosten van Maleisië minder is ontwikkeld. Slechts tweebaanswegen, minder verkeer, koeien die dwars de weg oversteken en minder stevige huizen (velen met golfplaten daken). Aan het eind van de middag kwam ik in Kuantan aan en had toen geen zin meer om verder te reizen. Dat bleek de verkeerde keuze te zijn. In wat een naargeestige stad kwam ik terecht! Hier was overduidelijk te zien hoe de economische crisis had toegeslagen. De meeste winkels hadden hun deuren voorgoed gesloten. ’s Avonds heb ik kilometers in de regen door de stad moeten slenteren, op zoek naar een restaurant dat nog open was. Alle restaurants die in de Lonely Planet-gids stonden vermeld, waren niet meer te vinden. Talloze jongeren hingen rond op straat, verveeld omdat ze niks te doen hadden. Er was geen toerist te bekennen, afgezien van een buslading die even bij een markt mocht rondneuzen. Ook in mijn hotel hing een naargeestige, haast duivelachtige sfeer. Er werden regelmatig deuren dichtgeslagen, waardoor ik me iedere keer het lazarus schrok. De voeten van de hoteleigenaar stonden de verkeerde kant op. ’s Nachts droomde ik dat ik ’s nachts een mes op mijn keel kreeg.

Lees verder naar zondag 21 maart.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by