Dagboek van Maleisië

Zaterdag 27 maart

Na een lange nacht, waarin ik regelmatig naar m’n zaklantaarn greep omdat ik meende dat er een insect aan mijn been of mijn arm zat te knagen, vol goede moed opgestaan om de jungle verder te verkennen. Ik voelde me nog fit toen ik voet zette naar de Canopy Walk, volgens de Maleisiërs hier de langste hangbrug ter wereld. Al na een kwartiertje lopen in het snikhete regenwoud spoot het zweet mijn poriën uit en was ik door de helft van mijn watervoorraad heen. Toen moest ik nog bijna twee kilometer afleggen. Het pad werd steeds steiler en glibberiger, waarbij ik al hijgend moeite moest doen niet van het pad weg te glijden en tussen stekelige planten, giftige slangen en bloedzuchtige insecten te belanden. Eenmaal bij het begin van de hangbrug aangekomen, stond daar een grote groep Japanse toeristen te wachten. Ook de Duitsers die gisteren in mijn boot zaten kwam ik weer tegen. Ik moest een nummertje trekken en wachten totdat ik werd opgeroepen, net als bij de tandarts. De ongeveer 250 meter lange en 25 meter hoge hangbrug voerde me dwars door de toppen van de bomen heen, met soms duizelingwekkende dieptes waar je kon zien hoe dicht de begroeiing hier is. De grond kon ik niet ontdekken. Eenmaal terug in het dorp was ik bekaf. Het leek wel of ik nauwelijks over enige conditie beschikte. Terwijl dit korte tripje juist mijn voorbereiding moest zijn voor een grote tocht morgen, wanneer ik tien kilometer wil afleggen en in een hut midden in de jungle wil overnachten. Maar ik had gelukkig geen last van bloedzuigers – daar waar andere reizigers zoveel over klaagden. In de middag nog even een kort en glad tripje gemaakt naar een natuurlijk zwembad. Vooral na de duik in het koude water van de rivier ging het wandelen in de jungle een stuk gemakkelijker.

Lees verder naar zondag 28 maart.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by