Dagboek van Maleisië

Zondag 28 maart

Ik was eerst van plan een lange tocht door de jungle te maken op weg naar een houten hut, maar na een goede nachtrust zag ik daar toch maar van af. Ik vond het bij nader inzien toch niet zo’n goed idee om in mijn eentje het oerwoud in te trekken. Ik koos voor de gemakkelijke weg: eerst lekker lui per boot een groot stuk over de rivier afleggen en dan nog een wandeling van drie kwartier. De busboot vertrok pas om drie uur, dus ging ik eerst nog even mijn conditie bijspijkeren door een kort tochtje naar de top van een heuvel hier vlakbij. Dat heb ik geweten. De beklimming van dat ‘heuveltje’ was een hele zware bevalling. Het zweet gutste in grote hoeveelheden over mijn lichaam, terwijl ik krampachtig probeerde om niet uit te glijden. Maar ik werd beloond met een fantastisch uitzicht over de jungle. De bomen zagen er van bovenaf zo zacht en donzig uit, dat je er wel in zou willen springen. Net toen ik zwijmelde in deze gedachte, werd ik gestoord door een grote, luidruchtige groep Maleisiërs die al zingend, fluitend en schreeuwend de jungle aan het verkennen waren. Logisch dat ik nog geen wild beest heb gezien. Op de terugweg nam ik de afslag naar Lubok Simpson, de plek waar ik gisteren een duik in de rivier heb genomen. Dat kwam me duur te staan. Na een uur hijgen en puffen liep het pad opeens dood en er was nergens een wegwijzer te bekennen. Even dacht ik ergens een vaag pad te herkennen, maar voordat ik het wist bevond ik me midden tussen de bomen en de planten van de jungle. Ik wist niet hoe snel ik weer terug moest keren naar de richting waar ik vandaan kwam, voordat mijn oriëntatievermogen me in de steek zou laten en ik de rest van mijn leven al dolend in het tropische regenwoud zou moeten doorbrengen. Supersnel en twee keer zo hard zwetend rende ik terug naar de wegwijzer waar ik deze afslag had genomen. Wat was ik opgelucht toen ik eindelijk het bordje zag, maar ook was ik kwaad dat de richting van het pad zo slecht stond aangegeven. Vermoeid kwam ik even later terug in het dorp, net op tijd om een uitgebreide lunch te verorberen voordat ik in de busboot zou stappen. Via enkele kleine stroomversnellingen kwam ik aan in Kuala Trenggan, van waar het een klein uurtje lopen was naar de hut. Gelukkig was er ook een dikke Amerikaan die die kant opging. Met z’n tweeën door de jungle wandelen vind ik na het hachelijke avontuur in de ochtend toch wat prettiger, hoewel dit pad wél duidelijk stond aangegeven. Eenmaal bij de hut aangekomen waren daar al vijf andere trekkers: een Zweedse jongen, een Brits trio bestaande uit een jongen en twee meiden en een meisje uit Singapore. Gezamenlijk zouden we de nacht doorbrengen, midden in de jungle en ver weg van de westerse beschaving. Zonder stromend water en elektriciteit. Alleen miljoenen bomen en planten, beesten, vogels en insecten begeleidden ons de mysterieuze junglenacht in.

Lees verder naar maandag 29 maart.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by