Dagboek van Maleisië

Woensdag 31 maart

Het leek allemaal flink tegen te zitten vandaag. Bijna dreigde ik de laatste boot naar de Perhentian Eilanden te missen, die om twee uur zou vertrekken. Ik wilde daarvoor nog wat dingen regelen, maar iedereen was erop uit me een stressvol dagje te bezorgen. Het begon al in mijn hotel, waar ik een kwartier op die gekke Indiër moest wachten voordat ik mijn ontbijt kon betalen. Vervolgens moest ik tot vervelends aan toe wachten bij een bank om travellers cheques te wisselen, bij het kantoor van Malaysia Airlines om een enkeltje Kuala Lumpur te kopen en bij elke weg die ik wilde oversteken. Maleisië houdt niet van mensen die zich te voet willen verplaatsen. Er zijn nergens voet- of zebrapaden en er is zoveel verkeer dat je soms tien minuten moet wachten voordat je met gevaar voor eigen leven naar de overkant kunt rennen. Toen ik eenmaal bezweet een taxi had genomen naar het vertrekpunt van de boot – anderhalf uur vantevoren – kreeg die verdomde taxi halverwege een lekke band. Ik dacht toen echt de nacht in het uitgestorven Kuala Besut te moeten doorbrengen, het dorp waar de boten naar de Perhentian Eilanden vertrekken. De taxichauffeur had ongeveer een kwartier nodig om de band te verwisselen. We hadden al enorm veel tijd verloren om Kota Bahru uit te komen, waar langdurige verkeersopstoppingen en zondagsrijders onze weg versperden. Twee minuten over twee – twee minuten te laat – kwamen we aan bij de vertrekpier. Door een geluk bij een ongeluk had de boot ook vertraging en kon ik er nog net op springen voordat die de haven uitvoer. Op de boot ontmoette ik weer de drie Britten en de Japanse van gisteren, maar opnieuw koos ik voor een andere verblijfplaats dan zij. De Perhentian-eilanden zien er prachtig uit. Langzamerhand werd mijn hypergevoel verdrongen door het Bounty-gevoel.

Lees verder naar donderdag 1 april.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by