Dagboek van een wereldreis

Woensdag 10 januari (dag 67)

Het is verbazingwekkend, hoe je toch in een plaats als dit kan genieten zonder de luxe van televisie, een krantje, een computer met internet, een warme douche of een normaal toilet. Het heeft wel wat, als je na het uitvallen van de elektriciteit met een kaars buiten op zoek moet naar het ‘toilet’, waar het doorspoelen gebeurt door een kannetje water door een gat te gooien en waar het reinigen van je eigen gat gebeurt door hetzelfde kannetje met water tegen je kont te plonzen.

Waar je ’s avonds onder een blinkende sterrenhemel op het strand onder het genot van een fles Indiase port kan genieten van het avondmaal, onderwijl luisterend naar zwoele relaxte muziek. Waar je elke ochtend oog in oog komt te staan met de vrouwen en de meisjes van de Indiase familie, die in de keuken eten staan klaar te maken waar ik op weg naar de douche doorheen moet. Waar je dag na dag kan doorbrengen op het strand en in de zee, af en toe de hete zonnestralen even ontvluchtend door in een strandtent onder palmbladeren de schaduw op te zoeken onder het genot van een glas bananensap.

Je moet erbij zijn om het allemaal te geloven. Toch, ondanks al deze paradijselijke heerlijkheden, word ik onrustig als ik lang op één plaats zit. Het zal wel in mijn bloed zitten, maar na een tijdje wil ik vérder. Dadelijk is mijn wereldreis voorbij en dan heb ik alleen het strand van India gezien. Iets dat mijn streven tekort schiet.

► Verder lezen naar donderdag 11 januari.