Dagboek van een wereldreis

Vrijdag 12 januari (dag 69)

Ik zat eerste rang bij een kokosnotenshow tijdens mijn ontbijt. Bijna-naakte mannen (ze droegen slechts twee doeken: één voor hun penis en één op hun hoofd) klauterden in metershoge palmbomen en gooiden kokosnoten naar beneden. Toevallige passanten konden ze maar net ontwijken. Wij in het buitenrestaurant die zaten te ontbijten riepen verschrikt ohh en ahh als een voorbijkomende kokosnoot een fietser op een haar na miste. Het was dus een heel spektakel, eindelijk gebeurde er wat in Benaulim!

De laatste dag in dit rustgevende oord weer niks gedaan, behalve op het strand liggen en verbranden. Ik begin al te wennen aan dit levensritme. Bij de Indiase familie verblijft ook een andere reiziger, ontdekte ik vanochtend. Ze is er bijna nooit, want meer dan drie woorden heb ik niet met haar gewisseld. Ze logeert er al drie weken en ze vertrekt morgen ook, is het enige dat ze kwijt wilde. Enfin, ik zal niet meer over haar te weten komen. Toch vreemd als je in één huis leeft.

Morgen moet ik de chaos en de drukte van het échte India weer onder ogen zien. Maar ook in zo’n vredelievend dorpje als Benaulim vind je wel sporen van het werkelijke India. Al zonnebadend op het strand word je constant lastiggevallen door wandelende verkopers die je van alles aan willen smeren, van kleding en fruit tot en met drugs (waar Goa ook zo bekend om staat). Vandaag was ik ze echter te slim af. Iedere keer als zij vroegen of ik iets wilde hebben, zei ik “I come back tomorrow“.

► Verder lezen naar zaterdag 13 januari.