Dagboek van een wereldreis

Zondag 14 januari (dag 71)

Na een relatief rustige nacht in de trein werd ik vanochtend wakker gestoten door een Indiër die me vertelde dat we in Bangalore waren aangekomen. En ik wilde nog helemaal niet opstaan! Slaapdronken in een riksja gestapt die me naar het hotel bracht. Met warm water (jawel!) gedoucht op de Indiase manier: een emmer water over je heen gieten en onderwijl proberen je te scheren en je haren te wassen.

Bangalore is een moderne stad met brede wegen en veel parken, en het is ook niet zo chaotisch en lawaaierig als de meeste steden die ik tot nu toe heb gezien. Volgens de Lonely Planet is het ook een modieuze stad, maar daar heb ik weinig van gemerkt. Ik val in ieder geval niet op in mijn grijze (ooit witte) t-shirt en door olie besmeurde groene broek. Die olie is waarschijnlijk afkomstig van mijn fietsexperiment in Kolhapur. Naar de poste restante in het postkantoor, maar de betreffende poste restante-man was op vakantie. Hopelijk is-ie er morgen wel.

Ik wilde de rest van de dag niet veel doen en vooral niet veel praten, want sinds het zwemmen in Benaulim heb ik mijn oren vol laten stromen en een fikse verkoudheid opgelopen. Het Nederlandse ritme lijkt in een ver en warm land gewoon ongehinderd z’n doorgang te vinden. Dan zal je net zien, als je een beetje doof bent en last van je keel hebt, iedereen tegen je aan begint te praten (en dus moet terugpraten). Gisteren ook al de hele dag, en vanmiddag kwam ik op een terras een Nederlands meisje tegen, Margreet, met wie ik tot laat in de avond heb zitten babbelen. Het was beregezellig en het is een leuke meid, maar m’n keel is er niet beter van geworden.

► Verder lezen naar maandag 15 januari.