Dagboek van een wereldreis

Donderdag 18 januari (dag 75)

Nadat ik mijn klaagzang over m’n vuiligheid in dit dagboekje had genoteerd, bleek de andere jongen in het hotel te zijn gearriveerd. Het is een Israeliër. Hij keek niet zo blij toen ik vertelde welke landen ik in het Midden-Oosten heb bezocht. Hé, ik ben op vakantie en heb niks te maken met de politieke misère waar die landen zich in begeven!

Ondanks de enorme warmte en de dikke stroom zweet die over mijn lichaam rolde, heb ik vannacht heerlijk geslapen. De Israeliër vertrok vanochtend, dus ik heb het rijk alleen. In een paar uur heb ik alle toeristische attracties van Cochin bezocht, inclusief het vervoer ernaar toe. Dat is lekker snel gebeurd, zodat ik de rest van de dag kon relaxen! Cochin is vroeger in handen van de Nederlanders geweest, daar zie je nu nog de resten van. Heel grappig, een kerk met Nederlandse grafstenen en een paleis dat door de Nederlanders is gebouwd, in zo’n ver land als India.

Toen ik in de bus stapte op weg naar dat paleis wilden ze me eerst niet meenemen. “Neem maar een riksja”, zei de buscontroleur. “Maar die mensen reizen toch ook met de bus!”, zei ik, wijzend naar degenen die er al in zaten. Reinste discriminatie, als je voor een rijke toerist wordt aangezien en vervolgens wordt doorverwezen naar de duurdere riksja. Na enig protest heb ik toch de bus geënterd. Tegen de avond naar een traditionele dansvoorstelling, de Kathakali dans werd daar uitgevoerd. Ik vond het echter nogal houterig en weinig swingend, maar ik ben denk ik teveel verwend door de spektakelstukken die je in het westen ziet.

► Verder lezen naar vrijdag 19 januari.