Dagboek van een wereldreis

Zondag 25 februari (dag 113)

Ik heb mijn zoveelste crematie meegemaakt, en op den duur gaat het vervelen. Hoewel, ik zag vandaag één interessant geval waaruit bleek dat ze hier zelden een openhaardvuur aanmaken. Een lichaam van een oudere man werd naakt op de brandstapel gelegd, maar het was daarvoor een paar keer overgoten met water uit de Ganges waardoor het niet echt goed brandde. Mede door de aanwakkerende wind kwam er een enorme rookontwikkeling op gang. De rook waaide voornamelijk mijn richting op toen ik er als respectvol toeschouwer op een afstand naar keek.

(Ik heb dus bijna een ademhalingsvergiftiging opgelopen en moest het as ’s avonds van mijn lichaam afwassen.) De dode man werd wel zwart, maar brandde niet. Op een gegeven moment was wel de romp van het lichaam verkoold, maar niet de rest van het lijk. Een been viel naast de houten brandstapel, maar werd er daarna weer bovenop gelegd. Kortom, alles bij elkaar was de crematie een mislukking en luguber om te zien.

Mijn hotel staat op tientallen meters afstand van de crematieplaats, zodat ik gezeten op het dak van m’n hotel dag en nacht die barbecuelucht kan opsnuiven. In het hotel komen en gaan reizigers. In 88 procent van de gevallen zijn het weer de nakomelingen van het Britse rijk (Engelsen, Australiërs, Nieuw-Zeelanders, etc.). Ik word een beetje moe van het Engels praten, ik doe bijna niet anders. Aan vijf andere hotelgasten heb ik het kaartspel Oh Hell proberen uit te leggen, maar dat viel niet mee in het Engels. Het was sowieso niet zo’n succes, volgens mij vonden ze het niet echt leuk.

► Verder lezen naar maandag 26 februari.