Dagboek van een wereldreis

Zaterdag 27 januari (dag 84)

Overdag zijn er in Kovalam trouwens meer Indiërs dan westerlingen. Met busladingen vol worden ze aangevoerd, de Indiase toeristen, om de schaars geklede blanke badgasten te bewonderen. Compleet met fototoestel met telelens banjeren ze op het strand om “onze soort” te bekijken. Er worden zelfs speciale toeristische dagtrips voor georganiseerd.

Deze dagjesmensen heb ik vandaag verlaten, en met de verdomde oorontsteking die elk jaar in januari de kop opsteekt (of ik nou in het kille Nederland ben of in het warme India) naar Kanyakumari, een naam die ik maar niet kan onthouden. In Kanyakumari is op zich niets te zien, maar het ligt in het uiterste zuidelijke puntje van India. Het is toch leuk om daar even geweest te zijn. Met de bus naar Trivandrum waar ik na een paar uur wachten over moest stappen op een andere bus. Deze begaf het na een aantal kilometers. Zonder pardon werden alle passagiers uit de bus verordonneerd (en ik had eindelijk een zitplaats!) en moesten we met behulp van ons eigen instinct een busstation vinden om daar een andere bus te pakken.

Ik ging met een aantal andere Indiërs mee, die plotsklaps op een bus sprongen die langs kwam rijden. Dat heb ik hun maar nagedaan, waarna ik na enige tijd in Kanyakumari aankwam. Voor het eerst (met hevige pijn in de oren) naar een jeugdherberg. Het is geen populaire plaats, want ik ben de enige, maar het is wel spotgoedkoop en het ziet er redelijk schoon uit, dus ik overleef het er wel.

► Verder lezen naar zondag 28 januari.