Dagboek van een wereldreis

Zaterdag 30 december (dag 56)

Het einde van het jaar nadert, maar ik heb het nauwelijks in de gaten. Ik trek ook niet zoveel op met andere reizigers, waarschijnlijk heeft dat ermee te maken. Het is me opgevallen in India, hoewel het hier stikt van de toeristen, dat velen nogal individualistisch zijn ingesteld. Het zijn er ook zó veel, maar toch lijken ze zich in het algemeen niet te bekommeren of te interesseren in de lief en leed-verhalen van hun lotgenoten. Misschien is het op een stillere plek anders, daar heb je meer excentriekelingen (of gewoon ‘prettig gestoorden’, zoals ik).

Mumbai is daar het andere uiterste van, het is immers de grootste stad van India. Toen ik een treinkaartje wilde kopen, schrok ik van de enorme mensenmassa voor de loketten. Er was geen apart toeristenloket, dus ik moest me tussen de Mumbaïeten persen. Na anderhalf uur trekken en duwen had ik mijn kaartje, en terstond medelijden met de toeristen die net achter in de ‘rij’ aansloten.

Naar het zeeaquarium gelopen, aan de kust van de Arabische Zee. Een paar vissen bewonderd die je in Nederland in elke dierenwinkel kunt kopen. Heen en weer gelopen over Mumbai’s versie van de Scheveningse boulevard. Het is de belangrijkste straat van Mumbai, waarlangs alle belangrijke hoofdkantoren van multinationals zich hebben gevestigd. Dus ook de Indiase versie van Manhattan.

Toen ik op de promenade een tijdje in het zonnetje zat, was ik in een mum van tijd omringd door kleffe Indiase stelletjes. Die schijnen daar elke avond tegen zonsondergang te komen. Aangezien ik alleen klef kan zijn met mijn rugzak, ben ik er maar weggegaan.

► Verder lezen naar zondag 31 december.