Dagboek van een wereldreis

Zondag 31 december (dag 57)

Op de laatste dag van het jaar heb ik Mumbai’s belangrijkste toeristische attractie bezocht: de olifantengrotten op Elephanta Island. Het heeft niks met olifanten te maken, maar met beelden die uit grotten zijn gehakt, en dat alles op een klein eilandje op een uurtje varen van de Gateway of India. Als je Petra al gezien hebt, zoals ik, zijn die grotten een teleurstelling. Zeker omdat je de beelden nauwelijks tussen de mensenmassa kunt ontwaren. Héél véél Indiase dagjestoeristen, compleet met kinderen en picknickmand, besloten samen met mij op het olifanteneiland rond te dwalen. Het was niet leuk, want het was zo enorm druk.

Ook hier probeerden ze me in winkels weer af te zetten, zoals overal in India. Dat gebeurt vaak door te weinig wisselgeld terug te geven. Door hard schreeuwen, een felle blik in de ogen en ferme handgebaren kun je dan toch vaak de te veel betaalde roepies terugkrijgen. Het gaat meestal maar om één of twee roepies, maar het is het principe van eerlijkheid dat telt, althans voor mij. Een voordeel is ook de onderontwikkeldheid van de Indiërs, waardoor je soms teveel wisselgeld terugkrijgt omdat ze niet kunnen rekenen. Ik word zo vaak genaaid in India dat ik er zelden iets van zeg. Ik denk dat deze oneerlijkheid wel is gerechtvaardigd.

Toen ik met de boot terugkwam kon ik de Gateway of India ook al bijna niet meer zien tussen de mensen. Op deze avond worden daar ruim een miljoen mensen verwacht! In het hotel vier andere jongens ontmoet (helaas wilden er geen meiden mee) en prettig gestoord als we waren besloten we de oudejaarsavond met zijn vijven door te brengen in het Red Light District van Mumbai. Met twee Amerikanen (een student en een kunstschilder), een Engelsman (ex-smeris) en een Duitser (full-time reiziger) in de bus naar de hoeren. We zouden wel zien waar het schip strandt; we dachten allemaal dat het wel een aparte manier was om het nieuwe jaar in te luiden.

Nou, het was geweldig. We doken een rood verlichte bar in om een paar biertjes te drinken, en iedereen was zo vriendelijk en aardig. Na twaalven de straat op, waar muziek werd gemaakt en zelfs de hoeren meeswingden. Voor een aantal drummers hebben we onze danskunsten vertoond, terwijl een paar honderd Indiërs om ons heen stonden en die gekke ‘witten’ met grote ogen stonden aan te gapen. Zóiets hadden ze nog nooit meegemaakt. Door ons gedans verslapte geheel hun aandacht voor de drummers. We hebben samen met de drummers een fantastische show weggegeven. Er is nauwelijks een apartere manier denkbaar om 1996 te beginnen.

► Verder lezen naar maandag 1 januari 1996.