Dagboek van een wereldreis

Maandag 8 januari (dag 65)

Ik heb het idee dat ik vandaag in het paradijs ben aanbeland. Het lijkt in ieder geval al een beetje op de illusie die ik van Goa had. Na te hebben ontbeten met een Fransman, Bernard, heb ik Panjim verlaten en ben ik naar Benaulim afgereisd. Eindelijk heb ik het beloofde witte strand en de wuivende palmbomen gezien! Al hebben veel palmbomen helaas plaats moeten maken voor strandtenten. Dat vind ik wel jammer, dat nul-komma-nul respect van de Indiërs voor de natuur, het milieu en oude monumenten.

De busrit van Panjim naar Benaulim (hoe kan ik al die plaatsnamen ooit onthouden als ik terug ben in Nederland?) ging dwars door een prachtig stuk natuurschoon, maar dat interesseert veel Indiërs geen lor. In Benaulim waren alle hotels en lodges al vol, maar via een klein jongetje dat vloeiend Engels sprak heb ik een kamer bij een Indiase familie gekregen. Ik heb het gevoel nu echt in de tropen te verkeren! Vanuit mijn kamer kom ik uit op een veranda, omringd door palmbomen met kokosnoten en andere voor mij moeilijk te identificeren tropische vegetatie. Op de achtergrond klinkt zwoele muziek, en op de voorgrond lopen kippen, hanen, honden, tamme wilde zwijnen en katten.

Het is rustiek op en top, en om het geheel nog eens te vervolmaken ben ik ook al flink gestoken door (hopelijk geen malaria)muggen. Ik denk dat ik een tijdje in dit paradijs blijf, voordat ik verder ga zwoegen met het voltooien van mijn reis rond de wereld.

► Verder lezen naar dinsdag 9 januari.