Bedelaars op reis

Waar je ook naartoe gaat, overal zal je ze op reis tegenkomen: bedelaars en zwervers die om geld vragen. Het kunnen schattige kindertjes zijn die er door hun ouders op uit zijn gestuurd om bij toeristen te bedelen, maar ook hulpeloze jonge tieners die aan de kant van de weg zitten met een kartonnen bordje waarop geschreven staat dat ze ‘homeless‘ en ‘hungry‘ zijn.

Bedelaars kom je vooral tegen op plekken in grote steden waar veel mensen bij elkaar komen, uiteenlopend van Times Square in New York tot een drukke winkelstraat in Bangkok. Alleen in dictatoriale landen zie je geen bedelaars. Daar worden ze simpelweg opgepakt en in de gevangenis gestopt.

In westerse landen kunnen zwervers soms ronduit agressief zijn en in de metro volhardend een bakje onder je neus duwen. In derde wereldlanden kom je schrijnende gevallen tegen. Een verwaarloosd oud vrouwtje zonder tanden die met een verfrommeld bekertje op de stoep zit en de hele dag wezenloos voor zich uit kijkt. Of een man zonder armen en benen met holle ogen die – zich voortrollend op een plankje – voorbijgangers wat geld probeert te ontfutselen.

Geven of niet?

Elke toerist zien zij aan als een superrijk persoon en een wandelende portemonnee waar best wat te halen valt. In theorie is dat natuurlijk ook zo: je kunt best een euro missen voor die arme drommel. Ook zonder die ene euro kun je naar hartenlust vakantie vieren en rondreizen, zelfs als je low budget reist.

Alleen: je kunt niet aan élke arme drommel een euro geven. Dan ben je in korte tijd door je budget heen. Ook als je héél ruim bij kas zit, kun je niet aan elke bedelaar wat geven. Dan blijf je bezig, en heb je geen tijd meer voor die ene tempel of dat ene paleis.

Daarnaast trekt het andere mensen aan, als je wél geeft. Zodra bekend is dat er ergens gulle en vrijgevige toeristen rondlopen, komt de hele goegemeente er op af. Voordat je het weet zwiept iedereen uit het dorp een bakje voor je neus en houden ze smekend hun handen tegen elkaar, ook degenen die wel te eten hebben en een dak boven hun hoofd hebben.

Ooit zijn enkele westerse toeristen begonnen met het uitdelen van pennen aan schoolkinderen in dorpen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Het gevolg is dat je op die plekken nu de hele tijd geconfronteerd wordt met kinderen die ‘pen, pen’ roepen, ook al hebben ze op hun school gewoon pennen.

Managen van bedelarij

Het is een groot dilemma voor reizigers, vooral als je in arme landen reist. Zelf ben je relatief rijk en kun je kopen en eten wat je wilt (althans in hun ogen), maar je kunt niet de hele tijd blijven geven.

Het beste is het om bedelaars en zwervers te negeren, omdat je in je eentje nou eenmaal niet het wereldwijde probleem van de armoede kunt oplossen. Geven moedigt aan en houdt de bedelarijmarkt in stand, terwijl dit eigenlijk de verantwoordelijkheid is van de lokale regering. Het zal in het begin best moeilijk zijn, maar op een gegeven moment lukt het om voorbij die bedelaars en zwervers te kijken.

Tegelijkertijd kun je natuurlijk wel íets doen om je van je schuldgevoel af te helpen. Doneer bijvoorbeeld wat geld aan een lokaal project, zoals de bouw van een waterput of de aanschaf van een inventaris voor een school. Daar heeft tenminste iedereen iets aan: de bedelaar heeft wat te drinken en de schoolkinderen hebben hun pennen.

Voor het laatst bijgewerkt op 9 juli 2014.

Foto's © depositphotos.com/cristovao/id1974.
Share Button