Dagboek van een wereldreis

Dinsdag 6 februari (dag 94)

De diarree is al iets verbeterd tot een blubberige substantie, dus alle reden om deze van oorsprong niet op mijn route geplande stad te gaan verkennen. Tot gisteren had ik eerlijk gezegd nog nooit van Tanjavur gehoord. Na vandaag ben ik tot de conclusie gekomen dat dat niet eens zo rampzalig zou zijn.

Het is veel te druk in de stad, gemeten naar haar omvang. Madurai is zes keer zo groot, maar in Tanjavur is het zes keer zo druk als in Madurai. En ondanks dat het aantal bezienswaardigheden op een hand met twee vingers is te tellen, is de opdringerigheid te evenaren met die van Jaipur. Duizend keer op een dag moet je zeggen waar je vandaan komt en hoe je heet en moet je aan de riksjachauffeurs uitleggen dat mijn benen nog sterk genoeg zijn om de honderd meter naar de tempel te lopen.

De tempel van Tanjavur is best mooi, maar lang niet zo indrukwekkend als die van Madurai. Bij de ingang van de tempel staat een tempelolifant die de hindoe’s af en toe zegent. Als je een paar roepies betaalt legt de olifant zijn slurf op je hoofd. Ik heb zo’n medelijden met die beesten. Ook de olifant van vandaag zag er sterk verwaarloosd en ongelukkig uit. Ik moet er niet teveel over nadenken. Het is onderdeel van de religieuze cultuur in India en dat moet ik respecteren. Trouwens, veel mensen in India zijn er nog veel slechter aan toe dan de olifanten. Maar ja, die beesten zijn totaal weerloos, terwijl – het klinkt hard – mensen vaak nog werk kunnen zoeken.

► Verder lezen naar woensdag 7 februari.