Dagboek van een wereldreis

Dinsdag 20 februari (dag 108)

Tegen alle verwachtingen in had ik binnen een paar uur al mijn visum voor Nepal in mijn paspoort geplakt gekregen. Dat is dus mijn volgende bestemming. Ik heb wat afgelopen in Calcutta (het consulaat van Nepal was vrij onhandig ver weg van een metrostation gesitueerd), ik voel het wel in mijn benen. Dat vele lopen werd ook veroorzaakt door mijn zoektocht naar een plaats waar je kon e-mailen (wat nog vrij onderontwikkeld is in India, dus zoektocht mislukt). Het hielp in ieder geval wel om m’n benen te trainen voor mogelijke trektochten in Nepal.

Ik heb de laatste dagen weinig zin om met andere reizigers op te trekken. Vlakbij mijn hotel is een café dat de hele dag stampvol zit met westerse toeristen. Sterker nog, volgens mij gaan álle westerlingen daar naartoe om hun maaltijden te nuttigen. Het eten is lekker, maar het is vaak zo druk dat je eerder het idee hebt dat je in een café zit in Amsterdam, Londen of Parijs, dan in het door Indiërs overbevolkte Calcutta.

Het is een ideale plek om contacten te leggen, aangezien het zo krap en druk is dat je bijna altijd wel op iemands anders zijn schoot komt te zitten. Ook ik kom vaak in dit café, maar dan duik in liever in mijn krantje of buig ik me over mijn witte vel papier om mijn brievenquota te halen.

► Verder lezen naar woensdag 21 februari.