Dagboek van een wereldreis

Vrijdag 23 februari (dag 111)

Het was een koude nacht op het dak van mijn hotel. Vanavond vraag ik maar drie extra dekens. Na het warme zuiden ben ik niet meer gewend aan deze barre kou (overdag niet hoger dan 27 graden!). Varanasi is een heilige stad voor de Hindoe’s, omdat de rivier de Ganges er doorheen stroomt. En de Ganges is weer heilig omdat die rivier naar het noorden stroomt.

Aan de kant van de rivier staat het vol met tempels, van waaruit de Hindoe’s direct in de Ganges kunnen baden. Alleen is de rivier verschrikkelijk vervuild. Alle riolen komen er op uit, al het afval wordt er in geloosd en bovendien worden er vele ziektes via het water verspreid omdat juist de zieken het meeste in de heilige werking van het water geloven. Betreden van dat water is haast levensbedreigend, maar het is verbazingwekkend om te zien hoeveel Indiërs (en soms zelfs een gestoorde westerse toerist) hun rationele verstand laten varen voor emotionele en religieuze godheidswaanzin.

Maar bovenal, en dat lijkt me helemaal verschrikkelijk als je in dat water rondzwemt, drijven er lijken in het water. Hindoe’s die door de duivel zijn gedood (bijvoorbeeld door een slangenbeet) worden in een houten kist met stenen in het water gegooid. Aangezien zo’n kist meestal van slechte kwaliteit is laten de houten planken na een tijdje los en komt het half verteerde lichaam bovendrijven. Langs de rivier zijn twee openluchtcrematoria waar lijken op een houten brandstapel worden verbrand (de reine Hindoe’s). Het is lopende band werk dat dag en nacht doorgaat en als toerist ben je er live getuige van hoe het lichaam langzaam wegsmelt.

Soms moet, net als in een openhaardvuur, een arm of hoofd even midden op het vuur worden gelegd omdat het van de brandstapel dreigt af te vallen. Eenmaal gesmolten wordt het as, met hier en daar een nog niet verbrande vinger ertussen, in de rivier geveegd. Als je as in de Ganges drijft ben je volgens het Hindoe-geloof verlost van die eindeloos terugkerende reïncarnatie. Het hele verbrandingsritueel klinkt horror-achtig, maar het zag er best normaal en natuurlijk uit.

Bij een van de twee brandstapels kwam ik, wederom zó toevallig, Dave tegen, de Amerikaanse kunstenaar met wie ik oud & nieuw in Mumbai heb gevierd. Ruim anderhalve maand geleden! Dat is al de zoveelste keer dat ik iemand na lange tijd weer tegenkom. We hebben weer wat bijgepraat en samen met een truttige en chagrijnige Amerikaanse gegeten op het dak van mijn hotel.

► Verder lezen naar zaterdag 24 februari.