Dagboek van een wereldreis

Woensdag 31 januari (dag 88)

Toen ik gisteravond in bed lag, lag ik na te schokken van de busrit. Dat duurde tot in mijn dromen voort. Te voet de vier kilometer naar het nationaal park gewandeld, maar de boten die de toeristen naar de olifanten en de tijgers moeten brengen vaarden vandaag niet. Althans, er werden geen kaartjes voor verkocht. Zonder reden. Dat is nou weer typisch India, de toeristen voor niks naar een nationaal park op te laten draven om ze vervolgens te dwingen de dag verder met niks doen door te brengen.

Ik wilde eigenlijk in een hut midden in het park overnachten, maar die hutten waren al weken van tevoren volgeboekt. Jammer dat dergelijke faciliteiten niet zijn weggelegd voor mensen die reizen zoals ik. Het is voor mij natuurlijk onmogelijk zo ver vooruit te plannen, en dat wil ik ook helemaal niet. Dan maar geen tijgers van dichtbij zien (de laatste keer dat er een tijger is gesignaleerd was overigens in 1976).

Morgen waag ik een nieuwe poging het park met een boot in te komen om hopelijk wat olifanten te zien. ’s Middags een beetje gerelaxt. In hét koffiehuis kwam ik het Engelse meisje tegen die ik op het busstation van Trivandrum ook al had ontmoet. Ze is al twee jaar aan het reizen, en volgt globaal de omgekeerde route als ik. Ze is begonnen in de Verenigde Staten en India is voor haar de laatste bestemming. Grappig om haar verhalen te horen. Zou ik er dan ook twee jaar over doen om de wereld rond te reizen?

► Verder lezen naar donderdag 1 februari.