Dagboek van een wereldreis

Woensdag 7 februari (dag 95)

Door mijn rechterwijsvinger een paar uur lang in het smeer van mijn rechteroor te houden, heb ik vandaag geen blijvende gehoorbeschadiging opgelopen. De buschauffeur van de bus naar Pondicherry móet mentaal gestoord zijn, want hij toeterde alleen niet op de weggedeeltes waar geen levend wezen was te bekennen. En dit is India, dus zulke momenten waren schaars. Bovendien was de toeter fel en schel en zat ik weer eens helemaal vooraan, dus vlak naast de schelp waar het geluid van de toeter uitkwam. Wát een oorverdovend lawaai, maar ik heb het (geloof ik) heelhuids overleefd.

De directe busverbinding naar Pondicherry heb ik gemist, want die bus vertrok alleen ’s ochtends vroeg. Met inmiddels al een hoop reiservaring in mijn benen is het echter een peulenschil een andere bus te nemen en met één, twee, drie, vier of vijf keer overstappen alsnog de plek van bestemming te bereiken. Onderweg geleerd hoe de Indiërs een brug bouwen: ze bouwen eerst een dam naast de plaats waar de brug moet komen, want het verkeer moet toch door kunnen gaan. Vervolgens bouwen ze de brug over de rivier, en of ze daarna de dam weer afbreken weet ik niet. Zo ver waren ze nog niet.

In Pondicherry een hotel gevonden waarvan de badkamer ongeveer twee keer zo groot is als de kamer waar mijn bed in staat. Mét toiletpot, ik weet nauwelijks meer hoe die te gebruiken.

► Verder lezen naar donderdag 8 februari.