Dagboek van een wereldreis

Woensdag 14 februari (dag 102)

Madras wordt door velen een relatief vredige stad genoemd waar het minder druk is dan in bijvoorbeeld Mumbai of Delhi, maar tegelijkertijd vinden die mensen het gewoon een ordinaire drukke Indiase miljoenenstad met al haar karakteristieke kenmerken en gewoontes. Het is in ieder geval zo dat je hier normaal de bus kunt pakken. Als je er eenmaal in weet te komen is het meestal mogelijk er ook weer uit te komen.

Voor de rest vind je hier ook de armoede, de sloppenwijken, het vuil, de stank en de creperende mensen in de straten zoals je dat overal in India tegenkomt. Nog steeds ben ik er niet helemaal aan gewend de ellende onder ogen te zien. Ik schrik er nog steeds van als ik zo nu en dan lijken in de goten tegenkom, van bedelaars, zwervers en daklozen die kort geleden hun laatste adem uitbliezen. De politie ruimt die lijken pas na enkele dagen op, zodat dode mensen soms dagenlang aan de kant van de weg liggen te rotten. Maar hoe triest het ook is, soms lijkt het het beste je ogen ervoor te sluiten. Als je je er teveel emotioneel bij betrokken voelt, kun je niet meer normaal rondreizen in India.

Wat me bovendien opvalt is dat veel rijke Indiërs zich er niets van aantrekken dat een groot deel van de bevolking in de straten ligt te rotten (of daar bijna aan toe is). Ik heb gezien dat auto’s gewoon over dode mensen heenrijden. Ik heb vandaag een filmstudio bezocht, maar doordat de acteurs aan het staken waren kon ik niet live een kijkje nemen op de set. Na enig aandringen bij de bewakers heb ik wel een studio van binnen mogen bezichtigen waar een enorm decor was opgebouwd. Kroonluchters, een grote statige trap met een rode loper, een nepmarmeren vloer – het deed me erg aan het Kurhaus in Scheveningen denken.

► Verder lezen naar donderdag 15 februari.