Dagboek van een wereldreis

Donderdag 8 februari (dag 96)

Tijdens het ontbijt op het dak van het hotel waar alle westerlingen van Pondicherry hun dagelijkse maaltijden genieten kwam ik twee Duitsers tegen, met wie ik de rest van de dag ben opgetrokken. Een daarvan was heel gezellig, maar de ander was een echte brombeer met bierbuik die weigerde Engels te praten en die precies voldeed aan het stereotype beeld dat Nederlanders van de Duitsers hebben.

Pondicherry is vooral beroemd en in trek bij westerlingen vanwege zijn ashram (alweer). Dit keer hoef je geen aidstest af te leggen om binnen te komen, zoals bij de Baghwan-commune in Pune. Gedrieën hebben we de ashram bezocht. Ik heb er toch iets tegen, dat spirituele gedoe. De mensen vind ik zeer egoïstisch. Ze zijn alleen maar bezig met zichzelf, sluiten zich op in de veilige omgeving van de ashram en hebben totaal geen oog voor de ellende van de buitenwereld. Bovendien walg ik van de godsverheerlijking van die zogenaamde spirituele leiders, maar goed, in mijn standpunt sta ik vrijwel alleen te midden van de beschaafde westerlingen in Pondicherry.

Met de Duitsers de ex-koloniale Franse sfeer geproefd, dus op het terras (“La Terasse”) gezeten en in de sterk verwaarloosde (máár India’s oudste) botanische tuin rondgehangen. Tamil Nadu-gras gerookt, ongeveer vergelijkbaar met marihuana dus je wordt er ook vrolijk high van. De Duitsers zijn zware soft drugs gebruikers. Ze vertelden dat ze ook een tijdje in het Claus Haus hebben gezeten….

► Verder lezen naar vrijdag 9 februari.