Dagboek van een wereldreis

Donderdag 9 november

Gisteravond vertelde Ronald dat hij zich nog nooit zó ziek had gevoeld, terwijl het met mij al wat beter ging. Ik begon het somber in te zien, met het idee dat Ronald mij vrij spoedig zou verlaten als hij niet binnen een paar dagen beter werd. We zijn allebei vroeg gaan slapen, en gelukkig werden we vanochtend een stuk fitter wakker.

Ik heb als een blok geslapen en voelde me vandaag vrijwel mezelf. Ronald was ook tot meer dingen in staat maar voelde zich nog niet helemaal honderd procent. Dat is de reden dat het vandaag ook voornamelijk een rustdag is geworden. Tevergeefs hebben we geprobeerd travellers cheques te wisselen – na naar drie verschillende loketten te zijn gestuurd kregen we te horen dat we te laat waren.

Aleppo doorgewandeld en wat opvalt – wat bovendien in heel Syrië – het geval is – is dat president Assad als een god verheerlijkt wordt. Overal, maar dan ook werkelijk overal, hangen portretten van Assad en diens schoonzoon. In de straten, op gebouwen, muren en winkelruiten, overal vind je die kop terug. Zelfs het KLM-kantoor verheerlijkt Assad. Waarschijnlijk word je gestenigd als je geen poster van Assad op je ramen hebt geplakt, want het is gewoon tot het overdrevene aan toe. Zo’n enorme persoonsverheerlijking heb ik elders nog nooit gezien. Het laat duidelijk blijken wat voor een alleenheerschappij die man in dit land heeft. Bovendien is Syrië heel nationalistisch. Evenals Assad’s portretten is het land van binnen en van buiten vergeven van de Syrische en Palestijnse vlaggen. Niet één, niet tien, maar honderden vlaggen passeren je ogen, waar je ook kijkt en waar je ook bent in Syrië. Net zo overdreven als ik dit schrijf vind ik ook deze uitingen van nationalisme.

In de middag de souqs bezocht, overdekte markthallen waar je net als in een doolhof snel kan verdwalen. Ze verkopen er van alles, van nep-juwelen en exotische kruiden tot en met originele 14e eeuwse Perzische tapijten en imitatie Levi’s 501. Je wordt vaak aangesproken door vriendelijk ogende verkopers die beweren Nederlands te spreken. Maar vaak gaat hun woordenschat niet verder dan kut, klote en neuken.

► Verder lezen naar vrijdag 10 november.