Dagboek van een wereldreis

Dinsdag 14 november

Vanochtend veel moeite moeten doen om travellers cheques te wisselen; het duurde heel lang en je kreeg vieze, gore dollarbiljetten. Ik had toch wel wat meer verwacht van een gerenommeerde Amerikaanse instelling als American Express. Langs het toeristenbureau voor wat informatie over Beiroet, maar ze hadden alleen folders en kaarten uit het jaar 1975.

Naar het postkantoor, bij het enige werkzame loket van de dertig loketten postzegels gekocht en bij een of ander vaag kantoortje gekeken of er post voor mij was. Uiteindelijk bleek de poste restante in het kamertje ernaast te zijn, maar dat was gesloten. Om bij deze kamertjes te komen in het half plat gebombardeerde hoofdpostkantoor van Beiroet wel meteen de Libanese post-efficiency kunnen bewonderen. Ik denk dat m’n kaarten wel voor mijn terugkeer op hun adres gearriveerd zullen zijn.

De rest van de dag met – shit – pijn in mijn maag van de verstopte of opgehoopte diarree (who knows?) door het zwaar getroffen centrum van Beiroet gebanjerd. Bijna niks is heel, dit zag er echt heel erg uit. Van het Holiday Inn hotel is geen kamer bespaard gebleven. Pepsi gedronken in een skelet van een vroeger restaurant aan de kust en daar lastiggevallen (of heet dat: vriendelijk tegemoet getreden?) door ene Tarek die naar Nederland wilde. Via de zonsondergang achter de weinig imponerende duivenrotsen weer terug naar ons hotel.

► Verder lezen naar woensdag 15 november.